Braakliggende cassette

Ik was 16 in 1988 en al overtuigd van mijn ongeloof wat religie betreft. Geboeid en zelfs gepassioneerd door alternatieve muziek die mijn rebellie vertolkte, werd ik bovendien plots de ‘frontman’ van een groepje muzikanten die dezelfde liefde deelden voor muziek. Eerlijk gezegd maakten we toen als een bende pubers meestal niet meer dan oergeluiden en dit was het directe gevolg van het feit dat geen van ons muzikaal geschoold was of zijn instrument deftig kon bespelen door een natuurlijk talent of zo. Toch was elk van ons er absoluut zeker van dat we een onderschatte band waren die eigenlijk hoorde op te treden in grote voetbalstadia…

 
In die tijd luisterden we vaak naar muziek die werd opgeslagen op cassetten. Deze werden op hun beurt afgespeeld op veel te grote cassettespelers. Die van mij zorgde ervoor dat je de tape die beschermd werd door een plastic omhulsel, er meestal weer uit moest prutsen met een balpen die je daarna weer gebruikte om het terug glad in de cassette te draaien. Dit lukte echter bijna nooit omdat ik het roestbruine lintje precies had gebruikt om m’n tanden te flossen. Ik overdrijf niet, vraag het maar na aan de leeftijdsgenoten die zo’n geluidsbandje aan me uitleenden om het zwaar beschadigd terug te krijgen…

 
In de zomer van dat jaar besloot één van onze gitaristen – of was het de saaie en vervelende bassist – een liedje na te spelen van een Australische groep die toen onbekend was voor me. Ondertussen zag ik hen al vier keer en telkens deden ze me herinneren aan de eerste keer dat ik een optreden van hen zag. Het was een avond in een Kempisch dorpje waarover ik niet teveel ga zeggen omdat de kans groot is dat dit dan weer over iets helemaal anders zal gaan…

 
Ik heb het over ‘Down on the farm’ van Cosmic Psychos waarvan ik dus een cassette meekreeg. Het was de bedoeling het thuis te beluisteren, de tekst te ontcijferen (er was toen immers nog geen internet waarop je zowat alle teksten kan terugvinden van zowat elke muziekgroep) en het dan van buiten te leren om het de volgende repetitie min of meer te zingen. Brullen eigenlijk omdat de geluidsversterking waaraan mijn microfoon gekoppeld was, soms ineens uitviel. Dat lag niet aan mij maar aan één of andere domme tiener die er een glaasje cola op had laten staan dat door de geluidstrillingen was omver gevallen….

 
Op de cassette hoorde ik hoe een stevige boer van ‘down under’ schreeuwde dat hij zijn tractor – van het merk ‘Massey Ferguson’, zoek het maar op – graag zag. Dat vond ik bizar en absurd. Daarom herhaalde ik het graag wanneer we het nummer repeteerden in ons repetitielokaal, eigenlijk één van de ruimere kamers rondom een braakliggend terrein dat diende als chiroheem. Grond en eigendom van de kerkfabriek dus, maar vooral een tijdelijk onderkomen voor een bende goddeloze tieners die enkel interesse hadden voor muziek en…euhm…het 17-jarig dochtertje van de bakker. Ze glimlachte immers altijd heel vriendelijk naar ons en soms knipoogde ze dan zelfs eens nadat ze in één vlotte beweging van haar hoofd haar lange bruine haren van de ene kant naar de andere gooide. Enkele jongens mochten zelfs eens onder haar jurkje kijken nadat ze zelf, kort en snel, hun piemeltje hadden getoond. Mij heeft ze echter nooit iets gevraagd, noch zag ik ooit dat ze iets liet zien dat niet mocht getoond worden…

 
Ik herinner me nog goed dat ik op diezelfde zomeravond de cassette met de muziek van Cosmic Psychos wou beluisteren in mijn slaapkamer die ik toen deelde met mijn oudere broer. Mijn moeder stormde ineens binnen om te vragen of iemand me had opgenomen. Ze vond immers dat de Australische zanger dezelfde stem had als de mijne. Ik weet nog dat haar opmerking me echt trots maakte omdat ik de Australische band echt geweldig vond. Het was dus een echt compliment. Oordeel zelf maar of het waar is of niet. Onderaan kan je het nummer immers beluisteren…

 
Tot mijn verbazing hoorde ik onlangs dat mensen opnieuw meer en meer cassettes kopen. Vreemd want de geluidskwaliteit is naar mijn bescheiden mening toch heel wat slechter dan hetgeen nu digitaal te beluisteren is. Aan de andere kant zijn Lp’s en platenspelers ook terug in hé? Mensen zijn dus rare wezens die teruggrijpen naar oude dingen, vrees ik. Mijn ongeloof blijft echter dezelfde en heeft dus weinig of niets met ‘tijd’ te maken, denk ik dan. En u?

 

 

 
Adil Fraihi

 

 

 

 

 

Close Kd

 

 

Christelijk vallen doet geen pijn

Het klopt, niet de val doet pijn maar het moment waarop je de grond raakt. Deze middag, net nadat ik me had volgepropt met ziekenhuiseten dat veel te gezond is om lekker te zijn, zette ik me eerst moeizaam recht. Vervolgens slenterde ik naar de relaxzetel en tijdens dat ‘manoeuvre’ gebeurde het. Als in een slechte film of video met slow-motion zag ik hoe eerst de kracht in mijn rechterbeen verminderde waardoor ik er langzaam doorheen zakte. Ik probeerde me eerst nog recht te trekken door hard met mijn linkerbeen tegen de grond te duwen. Daarbij sloeg ik als een gek of drenkeling om me heen, zoekend naar iets dat ik zou kunnen vastgrijpen. Ik vond echter enkel lucht en uiteindelijk pijn, benadrukt door een luide smak. Het geluid van mijn linkerschouder die tegen de grond knalde…

 
Het moet een harde dreun geweest zijn want ik zag m’n bril op de grond liggen. Nochtans zit die altijd heel stevig op mijn neus en oren. Soms storend zelfs want de bovenkant van beide oren raakt zelfs geïrriteerd omdat het zo hard knelt. Eigenlijk zou ik het al een tijdje geleden naar de winkel gebracht moeten hebben waar ik het ooit kocht, maar gemakzucht is me niet vreemd…

 
Bovendien zou ik een slechte christen geweest zijn want ook ijdelheid – de favoriete zonde van de christelijke duivel – is me niet vreemd. Zo is het een bril van een bekend merk en ik moet eerlijk bekennen dat mijn gedachten bij die val eerst uitgingen naar de bril, niet zozeer de glazen die nu wel krassen zouden kunnen hebben, maar het montuur dat wel eens beschadigd zou kunnen zijn. De impact van de val op mijn lichaam primeerde dus niet. Ik kreunde pas nadat ik zag dat er niets met de bril was. Mijn verdomde lichaam is toch al kapot, dacht ik. De pijn mocht dus pas later te horen zijn…

 
Drie verpleegsters, waaronder één best mooi is en een blonde kinesiste – die ook heel mooi is, maar waarover ik het eigenlijk beter niet zou zeggen omdat ze teveel streken heeft – renden mijn kamer in toen ze me om hulp hoorden roepen. Nadat ze me recht hielpen om me als een heilige drievuldigheid naar een stoel te escorteren en me erop te zetten, viel ik een tweede keer. Nee, ik viel niet op de grond, maar uit elkaar. Helemaal versnipperd dwarrelde ik in een mentale afgrond. Ik huilde dus. Veel te laat besefte ik dat ik dit niet mocht doen en al zeker niet in de nabijheid van mooie meisjes. Bovendien horen jongens niet te huilen. Dat heb ik ooit gehoord terwijl ik nog jong was…

 
Dat ben ik trouwens nog steeds voor de mensen op deze revalidatie-afdeling. Vooral tachtigers en enkele bejaarden die al voorbij de negentig zijn, vind je terug op deze dienst. Voor hen ben ik een ‘jonge gast’, een ‘ventje’, een ‘jongmens’ of een ‘jonge knaap’. Ik voel me als zesenveertigjarige nochtans dikwijls héél oud, versleten en zelfs maatschappelijk onnuttig of zo maar ik overdrijf wel vaker. Mijn grijze haren maken me echter enorm wijs, dat dan weer wel. Dat vind ik toch. En u?

 

 

Adil Fraihi

 

Close Kd

 

 

Blonde bovenkamer

‘Onze zoon is geslaagd’, roept de moeder van mijn kind. Ja, nu het goed is, wordt hij van ‘ons’. In de meeste andere gevallen is hij enkel van ‘mij’. Als het over alimentatie gaat bijvoorbeeld, kijk ik te weinig om naar ‘mijn’ zoon. Werd hij bekeurd omdat het lichtje van zijn fiets niet werkte, is hij ook ‘mijn’ zoon en als hij wéér een strafstudie kreeg, lijkt hij zelfs op mij! Dan is zelfs hij alléén ‘mijn’ zoon…

 
Alsof ik net zoals haar een dom blondje ben dat zich zomaar laat zwanger maken door een idioot als mij. Nochtans had ze moeten weten dat mijn appartementje niet meer was dan een zielige en totaal mislukte imitatie van Hugh Hefners Playboy-mansion waarin ik het liefst en te vaak blonde meisjes en vrouwen ontving. Altijd meerderjarig, vaak zelfs gewillig, maar zeker niet altijd mooi…

 
Terwijl ik dit schrijf moet ik om de één of andere reden denken aan een mollige blonde, die ik had leren kennen in een véél te donkere lounge-bar. Het was een oud café, dat werd omgetoverd tot hippe kroeg en stond aan de hoek van een straat, recht tegenover een begraafplaats. Vraag me niet waarom ik dat allemaal nog weet. In ieder geval, zie ik pas hoe lelijk ze echt is als we al in bed liggen. Het zijn vooral haar benen waaraan ik moet terugdenken. Die zijn veel te kort en bovendien te mager om bij de rest van haar – en ik zeg het zoals het is – ronduit dikke lijf te horen of passen. Zelfs nu nog vraag ik me af hoe ze in staat waren al dat gewicht te ondersteunen en verplaatsen. Het ergste is dat ik haar op een gegeven moment ook vlakaf vraag wat er mee scheelt. Ik moet daarbij ongetwijfeld een blik vol afgrijzen getrokken hebben want ze loopt daarop kwaad weg. Maar ik wijk af. Het is dat zoontje van me waar ik het over wil hebben en niet dat waarschijnlijk geblondeerd wicht dat werkte voor de ambassade van Slovakijke. Of was het nu Slovenië…

 
M’n ex-vriendin geeft mijn zoon door omdat ik hem wil feliciteren. Dat doe ik dan ook zonder geveinsd enthousiasme maar hoor dat hij de felicitaties maar lauwtjes ontvangt. Ook wanneer ik vraag of hij nu iets gaat drinken met z’n vrienden om zo te vieren dat ze het schooljaar beëindigen, antwoordt hij koel dat hij vanavond niet zal weggaan en gewoon thuis wat voor z’n televisietoestel gaat ‘chillen’. Hij spreekt me altijd aan als één van zijn vrienden, waarbij hij dus vaak een onverstaanbaar jeugdjargon gebruikt….

 
‘Waarom?’, vraag ik hem dan bezorgd. Ik vrees immers dat hij zich net nu wat ziekjes voelt en dat kan niet leuk zijn. Zijn antwoord verrast me. Ik dacht er niet over na dat die mogelijkheid bestond: ‘Ze zijn allemaal gebuisd, papa!’ Ik begrijp meteen de ernst van de situatie. De zeventienjarige jongen die ik nog steeds zoonTJE noem maar ondertussen een flinke tiener is, verliest een heleboel klasgenoten. Vrienden eigenlijk. En eerlijk, op die leeftijd zijn die nu net belangrijker dan z’n ouders. Hoewel ik het rot vind voor hem dat zijn vriendjes niet slaagden, ben ik tegelijkertijd toch tevreden dat hij ze minder zal zien. Het wringt dus allemaal een beetje in mijn bovenkamer of beter: ik weet even niet wat ik moet denken. En u?

 

 

Adil Fraihi

 

Close Kd

 

Hoogsensitieve robot

We zijn het weer oneens. Dat gebeurt wel vaker. Gelukkig nooit over serieuze thema’s zoals politiek, ethiek, religie en levensbeschouwing of passie. Nee, daarover zijn onze meningen meestal dezelfde. Het gaat dikwijls over details die ze – zij alleen, echt! – uitvergroot en veel te lange gesprekken over voert. Discussies eigenlijk die ze om een of andere reden wil ‘winnen’. Iedereen kent ongetwijfeld dat soort mensen. Geloof me, het is een hardnekkigheid en verbetenheid die haast mechanisch is of zo. Ze is dus niet meer dan een robot met menselijke trekken. Maar net daarom heb ik haar graag en dat zegt dan weer genoeg over mezelf…

We kijken beiden naar een reportage over de enige hippie die ik goed vind. Hij is in feite meer dan dat. Geniaal is immers juister en dat is hij niet omdat hij een gitaar bespeelde zoals je een clitoris moet beroeren, maar omdat een gitaar eigenlijk deel uitmaakte van zijn lichaam, er enorm veel mooie muziek mee speelde en zelfs componeerde, en daarmee mezelf en veel anderen gelukkig mee heeft gemaakt. Dat laatste doet hij na zijn dood trouwens nog steeds. Juist, ik heb het over Jimi Hendrix…

Omdat ik dringend moet gaan plassen, probeer ik recht te staan om zo het aangename plekje op mijn lederen sofa naast haar te verlaten en naar de badkamer te gaan. Om één of andere reden lukt het mijn door MS geteisterde lichaam echter niet onmiddellijk. Na wat moeite sta ik uiteindelijk wankel op mijn benen. Stuntelig en als een pasgeboren veulen, slenter ik naar de badkamer waar ik op de wc-bril plof nadat ik mijn broek en ondergoed tot op m’n enkels schuif. Daar stort ik ineen. Mentaal weliswaar. Ik huil me te pletter en besef snel dat ik me moet herpakken omdat ik niet wil dat iemand me zo ziet. Mijn ijdelheid overwint nu eenmaal elke emotie waardoor ik de tranen in mijn ogen en op mijn wangen wegveeg, me aankleed en terug naar de woonkamer slenter waar ik naast mijn (bizarre) vriendin ga zitten…

Ze geeft me ineens en totaal onverwacht een stevige knuffel en fluistert haast zwoel in m’n linkeroor: ‘Je hebt zitten huilen, dat hoeft ni hoor.’. Ik antwoord snel en zonder erbij na te denken dat ik gewoon een mietje ben. Om één of andere reden excuseer ik me daarbij. Stom eigenlijk, maar ook dat ben ik soms. Eerder uitzonderlijk eigenlijk…

Eerst duw ik haar onhandig weg omdat ik enerzijds best wel waardeer dat ze me omarmt bij het zien dat ik het even moeilijk had bij het ervaren van mijn lichaam dat simpelweg niet meer doet wat ik wil maar daar niet emotioneel over wil doen. Anderzijds doet ze me eerlijk gezegd wat pijn. De verrassende en plotse omhelzing liet me niet toe me eerst goed te zetten. Mijn rechterarm en dan vooral mijn rechterpols lijkt gekneld tussen mijn onderrug en de zetel. Ik leer dat medeleven pijn kan doen…

Misschien wordt ze daardoor boos. Dat denk ik toch want ik kan geen enkele andere reden bedenken. In ieder geval schreeuwt ze dat ik geen mietje ben. ‘Een macho kan geen mietje zijn en jij bent een macho!’, roept ze dan en ze scandeert vervolgens ‘MA-CHO!! Adil is een ma-cho en geen mie-tje, maar ma-cho!!’. Een akelige stilte volgt op hetgeen lijkt op een verwijt…

Hoewel ik inmiddels beter weet en beter niet zou ingaan op wat ze me naar het hoofd slingert, trek ik verbazend mijn wenkbrauwen omhoog en zeg ik in tegenstelling tot haar, heel rustig: ‘En wat ben ik dan wel?’. Ik voeg er zelfverzekerd aan toe dat alleen mietjes huilen. Echte mannen doen dat volgens mij nooit. En dan barst de bom los die veel te lang duurt en die ik zover als mogelijk van me wil houden. Ze legt immers uit dat ik hoogsensitief zou zijn, dit zelf al lang zou moeten geweten hebben, enzovoort en vooral blablabla want eerlijk gezegd luister ik na enkele minuten niet meer terwijl ik de indruk heb dat ze nog uren verder raast en ratelt over hoe hoogsensitief ik dan wel zou zijn…

Om af te sluiten misschien nog even iets over Jimi Hendrix. Deze aartslelijke man had véél vriendinnetjes en straalde volgens velen toch pure seks uit waarvoor veel meisjes en waarschijnlijk ook jongens vielen. Dat was naar het schijnt niet alleen omdat hij een bekende zanger en muzikant was, maar vooral omdat hij enorm zelfzeker was of zo toch overkwam. Ik daarentegen, ben helemaal niet zelfzeker. Ik ben een hoogsensitief mietje met multiple sclerose. En u?

Adil Fraihi

Close Kd

Bakoenins euthanasie

Soms moet je iets volledig kapot maken en vernietigen om iets nieuw en misschien wel beter te kunnen starten. Daar zijn genoeg voorbeelden van in het dagelijks leven. Huizen en andere gebouwen die worden plat gegooid om er iets heel mooi in de plaats te zetten bijvoorbeeld. Ook mijn tuintje heb ik volledig moeten laten omwoelen om er dan enkele fruitboompjes op of in te laten planten. ‘Laten’ omdat ik enerzijds een rotziekte heb die me belemmert zo iets zelf te doen en anderzijds omdat ik gewoon extreem lui ben. Bovendien zou ik niet weten hoe of waar beginnen. Gemakzucht en domheid gaan wel vaker samen…

Het feit dat ik als kind al vaak over anarchie en anarchisme las, heeft daar dus niets mee te maken. Was het trouwens de peetvader van deze denkstroming, Michail Bakoenin, zelf niet die ooit zei dat ‘de passie voor vernietiging kan leiden tot creatieve passies’? Als overtuigd anarchist zou ik daar zelf ook wel opgekomen zijn, denk ik. Zover reikt mijn pretentie wel. Bakoenins meesterwerken, waarvan ‘God en de Staat’ ongetwijfeld het beste is, waren en zijn dus meer een bevestiging dan een leidraad. Ik ben met andere woorden een pretentieuze, passionele man. Maar ook dat wist ik eigenlijk al…

Maar – en er is altijd een ‘maar’ – de laatste maanden heeft deze ‘passie voor vernietiging’ ervoor gezorgd dat ik mezelf dood wou om opnieuw te kunnen beginnen. Ik ben mijn door ziekte geteisterd en aftakelend lichaam immers meer dan beu. Een onbegonnen zaak, leer ik pas na lang denken. De dood is immers een onomkeerbare situatie of zo. Definitief dus…

Het houdt me nachten wakker. Het doet me vaak uit pure frustratie huilen en ik krijg er dikwijls ongecontroleerde woede-uitbarstingen door. Gelukkig gebeuren deze dingen bijna altijd als ik alleen ben, voor me staar terwijl ik vanuit de living naar mijn tuintje kijk met een heet kopje koffie of gewoon wanneer ik wat ijsthee drink en ronduit niets doe. Ik huil mezelf bovendien dikwijls in slaap in de hoop nooit meer wakker te worden omdat teveel denken me uitput en pijnigt. Slechts uitzonderlijk ziet of hoort iemand anders me. Eenzaamheid heeft zo zijn voordelen…

Op een gegeven ogenblik en na enkele emotionele gesprekken met naasten en vrienden, besef ik uiteindelijk dat ik die persoonlijke passie voor (zelf)vernietiging kan ombuigen in iets positief. Door een actieve euthanasie-aanvraag kan ik immers gerust volop leven en lachen door het wegvegen van die negatieve gedachten. Door hierdoor alles te kunnen afsluiten op een wettelijke en menselijke manier kan ik immers een nieuw leven beginnen, weliswaar met mijn oude gedachten. Ik besluit weer de vorm aan te nemen van een buitengewoon en bijzonder sociaal wezen. Bij deze zijn sommigen gewaarschuwd! Op 30 maart 2018 dien ik dan ook zo’n euthanasie-aanvraag in. Het is wellicht een datum die ook ik uiteindelijk zal vergeten…

Om af te sluiten misschien nog even dit: in mijn tuintje staan nu boompjes waarvan 3 zouden moeten zorgen voor lekkere kersjes. Deze morgen zie ik tot mijn (aangename) verbazing en verrassing dat één van die nog kleine en jonge boompjes bloeit. Bloesemtochten op mijn kleine landgoed, zitten er nog niet in en zullen er waarschijnlijk ook nooit zijn. Maar het is toch nieuw leven dat me best gelukkig maakt! En u?

 

Adil Fraihi

 

Close Kd

Francken zuigt (aan)…

Tags

Ik hoor hem wel vaker praten. Op een houten tv-kast aan de andere kant van mijn woonkamer staat mijn televisie immers bijna constant aan terwijl ik schrijf, op het wereldwijde web surf of gewoon voor me staar met een kop koffie, een glas ijsthee of enkel met mijn gedachte. Op het journaal of een saai duidingsprogramma hoor ik dan dat het weer over hem gaat. Nooit in de positieve zin eigenlijk want de ene keer eist zowat iedereen zijn ontslag en de andere keer wordt er gezegd dat hij iets stom of politiek incorrect zei. Soms, doch te vaak, hoor ik hem zélf iets dom en zelfs achterlijk vertellen…

De staatssecretaris is eigenlijk een soort van adjunct-minister van zijn partijgenoot die bevoegd is voor Binnenlandse Zaken. Theo Francken is dus een – weliswaar veredeld – toegevoegd ambtenaar van Jan Jambon. Waarom weet ik niet echt. Ik vermoed dat alles wat te maken heeft met ‘asiel en migratie’ gewoonweg teveel is om erbij te pakken. De vice-eersteminister heeft immers al een pakket met zware taken. Bovendien is hij ook belast met de Regie der Gebouwen. Maar ik ga het enkel over één enkel aspect hebben dat onder zijn gezag valt en het werk, inzicht en politieke analyses van Francken enorm zou kunnen verlichten en verduidelijken. Corrigeren eigenlijk…

Deze staatssecretaris is tussen haakjes trouwens nooit de mijne geweest en hij zal dat ook nooit zijn. Niet alleen omdat ik hem niet echt mag en onze ideeën mijlenver uiteen liggen, maar vooral omdat ik als federaal ambtenaar op pensioen ben gezet omwille van die rotte MS van me. Tijdens mijn veel te korte carrière diende ik de overheid én de gemeenschap namelijk bij de Dienst Vreemdelingenzaken. Altijd deed ik dat onder het bewind van een socialist of liberaal en nooit met of – stel je voor! – ‘onder’ Francken…

Toen ik als federaal ambtenaar even het gevoel had dat ik eens iets ander wou doen, twijfelde ik eraan om me kandidaat te stellen voor een vacature bij de Voetbalcel’ van de dienst Veiligheid en Preventie van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken. Ik had zelfs een kort gesprek met iemand die voor die cel werkte en dus eigenlijk een collega had kunnen worden. Omdat hij me toen zei dat zowat alles in zijn leven draaide rond voetbal en dat ook het geval was bij zijn andere collega’s, kreeg ik schrik. Voetbal is voor mij immers niet meer dan een uitzonderlijk duur spel dat de gemeenschap door belastingen veel geld kost. Belachelijk veel zelfs. Mijn kandidatuur ging dan ook nooit verder dan dat informeel gesprek…

Vaak hoor ik Theo Francken klagen en waarschuwen voor een ‘aanzuigeffect’. Hij heeft het dan over een maatregel of feit dat mensen uit verre landen zou kunnen aanzetten om naar hier te komen. Zo zouden ze willen komen genieten van onze verworvenheden. Profiteren eigenlijk. Soms is het zelfs zo erg dat ze daarom geen asiel aanvragen in België maar schaamteloos willen doorreizen naar het Verenigd Koninkrijk, kortweg en verkeerdelijk ‘Engeland’ genaamd…

In dat grote eiland aan de andere kant van het Kanaal speelt een kleine Belg. Ze noemen hem Kevin Debruyne. Hij verlengt zijn contract als voetballer bij Manchester City, een topploeg naar het schijnt en dat merk je wel aan het bedrag dat hij voortaan zal krijgen. Het gaat immers om een abnormaal hoog en zelfs perverse som van 360,00€ € per week. Niet per maand, jaar of na meerdere levens maar PER WEEK…

Terwijl ik dit hoor en het nadien ook enkele keren lees in verschillende digitale kranten, vraag ik me luidop af of de heer Francken dit nieuws ook vernam. Dit is immers het aanzuigeffect waarover hij spreekt. Er is geen ander fenomeen dat mensen uit hun arme maar vertrouwde omgeving doet lokken dan dit. Stel je voor: je zit eender waar zonder toekomst en hoop terwijl je hoort en leest dat je ergens anders 360,000€ per week kan krijgen als je tegen een bal kan stampen. Daarvoor zou je toch wel enkele risico’s durven nemen zoals het ontvluchten van je arme land, het oversteken van oceanen, rivieren en natuurlijk de zeeëngte tussen Europa en dat rijk eiland, niet? Misschien moet iemand Theo Francken, heel traag, helder en ondubbelzinnig zeggen wat dus het echte probleem is. Mijn voorbeeld lijkt me immers heel duidelijk: er is genoeg geld maar het wordt niet eerlijk verdeeld! Daar heb ik geen staatssecretaris voor nodig maar gezond verstand. Ik ben trouwens ook geen communist of zo. En u?

 

Adil Fraihi

614982_4130701984450_1525065206_o