Christelijk vallen doet geen pijn

Het klopt, niet de val doet pijn maar het moment waarop je de grond raakt. Deze middag, net nadat ik me had volgepropt met ziekenhuiseten dat veel te gezond is om lekker te zijn, zette ik me eerst moeizaam recht. Vervolgens slenterde ik naar de relaxzetel en tijdens dat ‘manoeuvre’ gebeurde het. Als in een slechte film of video met slow-motion zag ik hoe eerst de kracht in mijn rechterbeen verminderde waardoor ik er langzaam doorheen zakte. Ik probeerde me eerst nog recht te trekken door hard met mijn linkerbeen tegen de grond te duwen. Daarbij sloeg ik als een gek of drenkeling om me heen, zoekend naar iets dat ik zou kunnen vastgrijpen. Ik vond echter enkel lucht en uiteindelijk pijn, benadrukt door een luide smak. Het geluid van mijn linkerschouder die tegen de grond knalde…

 
Het moet een harde dreun geweest zijn want ik zag m’n bril op de grond liggen. Nochtans zit die altijd heel stevig op mijn neus en oren. Soms storend zelfs want de bovenkant van beide oren raakt zelfs geïrriteerd omdat het zo hard knelt. Eigenlijk zou ik het al een tijdje geleden naar de winkel gebracht moeten hebben waar ik het ooit kocht, maar gemakzucht is me niet vreemd…

 
Bovendien zou ik een slechte christen geweest zijn want ook ijdelheid – de favoriete zonde van de christelijke duivel – is me niet vreemd. Zo is het een bril van een bekend merk en ik moet eerlijk bekennen dat mijn gedachten bij die val eerst uitgingen naar de bril, niet zozeer de glazen die nu wel krassen zouden kunnen hebben, maar het montuur dat wel eens beschadigd zou kunnen zijn. De impact van de val op mijn lichaam primeerde dus niet. Ik kreunde pas nadat ik zag dat er niets met de bril was. Mijn verdomde lichaam is toch al kapot, dacht ik. De pijn mocht dus pas later te horen zijn…

 
Drie verpleegsters, waaronder één best mooi is en een blonde kinesiste – die ook heel mooi is, maar waarover ik het eigenlijk beter niet zou zeggen omdat ze teveel streken heeft – renden mijn kamer in toen ze me om hulp hoorden roepen. Nadat ze me recht hielpen om me als een heilige drievuldigheid naar een stoel te escorteren en me erop te zetten, viel ik een tweede keer. Nee, ik viel niet op de grond, maar uit elkaar. Helemaal versnipperd dwarrelde ik in een mentale afgrond. Ik huilde dus. Veel te laat besefte ik dat ik dit niet mocht doen en al zeker niet in de nabijheid van mooie meisjes. Bovendien horen jongens niet te huilen. Dat heb ik ooit gehoord terwijl ik nog jong was…

 
Dat ben ik trouwens nog steeds voor de mensen op deze revalidatie-afdeling. Vooral tachtigers en enkele bejaarden die al voorbij de negentig zijn, vind je terug op deze dienst. Voor hen ben ik een ‘jonge gast’, een ‘ventje’, een ‘jongmens’ of een ‘jonge knaap’. Ik voel me als zesenveertigjarige nochtans dikwijls héél oud, versleten en zelfs maatschappelijk onnuttig of zo maar ik overdrijf wel vaker. Mijn grijze haren maken me echter enorm wijs, dat dan weer wel. Dat vind ik toch. En u?

 

 

Adil Fraihi

 

Close Kd

 

 

Advertenties

Blonde bovenkamer

‘Onze zoon is geslaagd’, roept de moeder van mijn kind. Ja, nu het goed is, wordt hij van ‘ons’. In de meeste andere gevallen is hij enkel van ‘mij’. Als het over alimentatie gaat bijvoorbeeld, kijk ik te weinig om naar ‘mijn’ zoon. Werd hij bekeurd omdat het lichtje van zijn fiets niet werkte, is hij ook ‘mijn’ zoon en als hij wéér een strafstudie kreeg, lijkt hij zelfs op mij! Dan is zelfs hij alléén ‘mijn’ zoon…

 
Alsof ik net zoals haar een dom blondje ben dat zich zomaar laat zwanger maken door een idioot als mij. Nochtans had ze moeten weten dat mijn appartementje niet meer was dan een zielige en totaal mislukte imitatie van Hugh Hefners Playboy-mansion waarin ik het liefst en te vaak blonde meisjes en vrouwen ontving. Altijd meerderjarig, vaak zelfs gewillig, maar zeker niet altijd mooi…

 
Terwijl ik dit schrijf moet ik om de één of andere reden denken aan een mollige blonde, die ik had leren kennen in een véél te donkere lounge-bar. Het was een oud café, dat werd omgetoverd tot hippe kroeg en stond aan de hoek van een straat, recht tegenover een begraafplaats. Vraag me niet waarom ik dat allemaal nog weet. In ieder geval, zie ik pas hoe lelijk ze echt is als we al in bed liggen. Het zijn vooral haar benen waaraan ik moet terugdenken. Die zijn veel te kort en bovendien te mager om bij de rest van haar – en ik zeg het zoals het is – ronduit dikke lijf te horen of passen. Zelfs nu nog vraag ik me af hoe ze in staat waren al dat gewicht te ondersteunen en verplaatsen. Het ergste is dat ik haar op een gegeven moment ook vlakaf vraag wat er mee scheelt. Ik moet daarbij ongetwijfeld een blik vol afgrijzen getrokken hebben want ze loopt daarop kwaad weg. Maar ik wijk af. Het is dat zoontje van me waar ik het over wil hebben en niet dat waarschijnlijk geblondeerd wicht dat werkte voor de ambassade van Slovakijke. Of was het nu Slovenië…

 
M’n ex-vriendin geeft mijn zoon door omdat ik hem wil feliciteren. Dat doe ik dan ook zonder geveinsd enthousiasme maar hoor dat hij de felicitaties maar lauwtjes ontvangt. Ook wanneer ik vraag of hij nu iets gaat drinken met z’n vrienden om zo te vieren dat ze het schooljaar beëindigen, antwoordt hij koel dat hij vanavond niet zal weggaan en gewoon thuis wat voor z’n televisietoestel gaat ‘chillen’. Hij spreekt me altijd aan als één van zijn vrienden, waarbij hij dus vaak een onverstaanbaar jeugdjargon gebruikt….

 
‘Waarom?’, vraag ik hem dan bezorgd. Ik vrees immers dat hij zich net nu wat ziekjes voelt en dat kan niet leuk zijn. Zijn antwoord verrast me. Ik dacht er niet over na dat die mogelijkheid bestond: ‘Ze zijn allemaal gebuisd, papa!’ Ik begrijp meteen de ernst van de situatie. De zeventienjarige jongen die ik nog steeds zoonTJE noem maar ondertussen een flinke tiener is, verliest een heleboel klasgenoten. Vrienden eigenlijk. En eerlijk, op die leeftijd zijn die nu net belangrijker dan z’n ouders. Hoewel ik het rot vind voor hem dat zijn vriendjes niet slaagden, ben ik tegelijkertijd toch tevreden dat hij ze minder zal zien. Het wringt dus allemaal een beetje in mijn bovenkamer of beter: ik weet even niet wat ik moet denken. En u?

 

 

Adil Fraihi

 

Close Kd

 

Hoogsensitieve robot

We zijn het weer oneens. Dat gebeurt wel vaker. Gelukkig nooit over serieuze thema’s zoals politiek, ethiek, religie en levensbeschouwing of passie. Nee, daarover zijn onze meningen meestal dezelfde. Het gaat dikwijls over details die ze – zij alleen, echt! – uitvergroot en veel te lange gesprekken over voert. Discussies eigenlijk die ze om een of andere reden wil ‘winnen’. Iedereen kent ongetwijfeld dat soort mensen. Geloof me, het is een hardnekkigheid en verbetenheid die haast mechanisch is of zo. Ze is dus niet meer dan een robot met menselijke trekken. Maar net daarom heb ik haar graag en dat zegt dan weer genoeg over mezelf…

We kijken beiden naar een reportage over de enige hippie die ik goed vind. Hij is in feite meer dan dat. Geniaal is immers juister en dat is hij niet omdat hij een gitaar bespeelde zoals je een clitoris moet beroeren, maar omdat een gitaar eigenlijk deel uitmaakte van zijn lichaam, er enorm veel mooie muziek mee speelde en zelfs componeerde, en daarmee mezelf en veel anderen gelukkig mee heeft gemaakt. Dat laatste doet hij na zijn dood trouwens nog steeds. Juist, ik heb het over Jimi Hendrix…

Omdat ik dringend moet gaan plassen, probeer ik recht te staan om zo het aangename plekje op mijn lederen sofa naast haar te verlaten en naar de badkamer te gaan. Om één of andere reden lukt het mijn door MS geteisterde lichaam echter niet onmiddellijk. Na wat moeite sta ik uiteindelijk wankel op mijn benen. Stuntelig en als een pasgeboren veulen, slenter ik naar de badkamer waar ik op de wc-bril plof nadat ik mijn broek en ondergoed tot op m’n enkels schuif. Daar stort ik ineen. Mentaal weliswaar. Ik huil me te pletter en besef snel dat ik me moet herpakken omdat ik niet wil dat iemand me zo ziet. Mijn ijdelheid overwint nu eenmaal elke emotie waardoor ik de tranen in mijn ogen en op mijn wangen wegveeg, me aankleed en terug naar de woonkamer slenter waar ik naast mijn (bizarre) vriendin ga zitten…

Ze geeft me ineens en totaal onverwacht een stevige knuffel en fluistert haast zwoel in m’n linkeroor: ‘Je hebt zitten huilen, dat hoeft ni hoor.’. Ik antwoord snel en zonder erbij na te denken dat ik gewoon een mietje ben. Om één of andere reden excuseer ik me daarbij. Stom eigenlijk, maar ook dat ben ik soms. Eerder uitzonderlijk eigenlijk…

Eerst duw ik haar onhandig weg omdat ik enerzijds best wel waardeer dat ze me omarmt bij het zien dat ik het even moeilijk had bij het ervaren van mijn lichaam dat simpelweg niet meer doet wat ik wil maar daar niet emotioneel over wil doen. Anderzijds doet ze me eerlijk gezegd wat pijn. De verrassende en plotse omhelzing liet me niet toe me eerst goed te zetten. Mijn rechterarm en dan vooral mijn rechterpols lijkt gekneld tussen mijn onderrug en de zetel. Ik leer dat medeleven pijn kan doen…

Misschien wordt ze daardoor boos. Dat denk ik toch want ik kan geen enkele andere reden bedenken. In ieder geval schreeuwt ze dat ik geen mietje ben. ‘Een macho kan geen mietje zijn en jij bent een macho!’, roept ze dan en ze scandeert vervolgens ‘MA-CHO!! Adil is een ma-cho en geen mie-tje, maar ma-cho!!’. Een akelige stilte volgt op hetgeen lijkt op een verwijt…

Hoewel ik inmiddels beter weet en beter niet zou ingaan op wat ze me naar het hoofd slingert, trek ik verbazend mijn wenkbrauwen omhoog en zeg ik in tegenstelling tot haar, heel rustig: ‘En wat ben ik dan wel?’. Ik voeg er zelfverzekerd aan toe dat alleen mietjes huilen. Echte mannen doen dat volgens mij nooit. En dan barst de bom los die veel te lang duurt en die ik zover als mogelijk van me wil houden. Ze legt immers uit dat ik hoogsensitief zou zijn, dit zelf al lang zou moeten geweten hebben, enzovoort en vooral blablabla want eerlijk gezegd luister ik na enkele minuten niet meer terwijl ik de indruk heb dat ze nog uren verder raast en ratelt over hoe hoogsensitief ik dan wel zou zijn…

Om af te sluiten misschien nog even iets over Jimi Hendrix. Deze aartslelijke man had véél vriendinnetjes en straalde volgens velen toch pure seks uit waarvoor veel meisjes en waarschijnlijk ook jongens vielen. Dat was naar het schijnt niet alleen omdat hij een bekende zanger en muzikant was, maar vooral omdat hij enorm zelfzeker was of zo toch overkwam. Ik daarentegen, ben helemaal niet zelfzeker. Ik ben een hoogsensitief mietje met multiple sclerose. En u?

Adil Fraihi

Close Kd

Bakoenins euthanasie

Soms moet je iets volledig kapot maken en vernietigen om iets nieuw en misschien wel beter te kunnen starten. Daar zijn genoeg voorbeelden van in het dagelijks leven. Huizen en andere gebouwen die worden plat gegooid om er iets heel mooi in de plaats te zetten bijvoorbeeld. Ook mijn tuintje heb ik volledig moeten laten omwoelen om er dan enkele fruitboompjes op of in te laten planten. ‘Laten’ omdat ik enerzijds een rotziekte heb die me belemmert zo iets zelf te doen en anderzijds omdat ik gewoon extreem lui ben. Bovendien zou ik niet weten hoe of waar beginnen. Gemakzucht en domheid gaan wel vaker samen…

Het feit dat ik als kind al vaak over anarchie en anarchisme las, heeft daar dus niets mee te maken. Was het trouwens de peetvader van deze denkstroming, Michail Bakoenin, zelf niet die ooit zei dat ‘de passie voor vernietiging kan leiden tot creatieve passies’? Als overtuigd anarchist zou ik daar zelf ook wel opgekomen zijn, denk ik. Zover reikt mijn pretentie wel. Bakoenins meesterwerken, waarvan ‘God en de Staat’ ongetwijfeld het beste is, waren en zijn dus meer een bevestiging dan een leidraad. Ik ben met andere woorden een pretentieuze, passionele man. Maar ook dat wist ik eigenlijk al…

Maar – en er is altijd een ‘maar’ – de laatste maanden heeft deze ‘passie voor vernietiging’ ervoor gezorgd dat ik mezelf dood wou om opnieuw te kunnen beginnen. Ik ben mijn door ziekte geteisterd en aftakelend lichaam immers meer dan beu. Een onbegonnen zaak, leer ik pas na lang denken. De dood is immers een onomkeerbare situatie of zo. Definitief dus…

Het houdt me nachten wakker. Het doet me vaak uit pure frustratie huilen en ik krijg er dikwijls ongecontroleerde woede-uitbarstingen door. Gelukkig gebeuren deze dingen bijna altijd als ik alleen ben, voor me staar terwijl ik vanuit de living naar mijn tuintje kijk met een heet kopje koffie of gewoon wanneer ik wat ijsthee drink en ronduit niets doe. Ik huil mezelf bovendien dikwijls in slaap in de hoop nooit meer wakker te worden omdat teveel denken me uitput en pijnigt. Slechts uitzonderlijk ziet of hoort iemand anders me. Eenzaamheid heeft zo zijn voordelen…

Op een gegeven ogenblik en na enkele emotionele gesprekken met naasten en vrienden, besef ik uiteindelijk dat ik die persoonlijke passie voor (zelf)vernietiging kan ombuigen in iets positief. Door een actieve euthanasie-aanvraag kan ik immers gerust volop leven en lachen door het wegvegen van die negatieve gedachten. Door hierdoor alles te kunnen afsluiten op een wettelijke en menselijke manier kan ik immers een nieuw leven beginnen, weliswaar met mijn oude gedachten. Ik besluit weer de vorm aan te nemen van een buitengewoon en bijzonder sociaal wezen. Bij deze zijn sommigen gewaarschuwd! Op 30 maart 2018 dien ik dan ook zo’n euthanasie-aanvraag in. Het is wellicht een datum die ook ik uiteindelijk zal vergeten…

Om af te sluiten misschien nog even dit: in mijn tuintje staan nu boompjes waarvan 3 zouden moeten zorgen voor lekkere kersjes. Deze morgen zie ik tot mijn (aangename) verbazing en verrassing dat één van die nog kleine en jonge boompjes bloeit. Bloesemtochten op mijn kleine landgoed, zitten er nog niet in en zullen er waarschijnlijk ook nooit zijn. Maar het is toch nieuw leven dat me best gelukkig maakt! En u?

 

Adil Fraihi

 

Close Kd

Francken zuigt (aan)…

Tags

Ik hoor hem wel vaker praten. Op een houten tv-kast aan de andere kant van mijn woonkamer staat mijn televisie immers bijna constant aan terwijl ik schrijf, op het wereldwijde web surf of gewoon voor me staar met een kop koffie, een glas ijsthee of enkel met mijn gedachte. Op het journaal of een saai duidingsprogramma hoor ik dan dat het weer over hem gaat. Nooit in de positieve zin eigenlijk want de ene keer eist zowat iedereen zijn ontslag en de andere keer wordt er gezegd dat hij iets stom of politiek incorrect zei. Soms, doch te vaak, hoor ik hem zélf iets dom en zelfs achterlijk vertellen…

De staatssecretaris is eigenlijk een soort van adjunct-minister van zijn partijgenoot die bevoegd is voor Binnenlandse Zaken. Theo Francken is dus een – weliswaar veredeld – toegevoegd ambtenaar van Jan Jambon. Waarom weet ik niet echt. Ik vermoed dat alles wat te maken heeft met ‘asiel en migratie’ gewoonweg teveel is om erbij te pakken. De vice-eersteminister heeft immers al een pakket met zware taken. Bovendien is hij ook belast met de Regie der Gebouwen. Maar ik ga het enkel over één enkel aspect hebben dat onder zijn gezag valt en het werk, inzicht en politieke analyses van Francken enorm zou kunnen verlichten en verduidelijken. Corrigeren eigenlijk…

Deze staatssecretaris is tussen haakjes trouwens nooit de mijne geweest en hij zal dat ook nooit zijn. Niet alleen omdat ik hem niet echt mag en onze ideeën mijlenver uiteen liggen, maar vooral omdat ik als federaal ambtenaar op pensioen ben gezet omwille van die rotte MS van me. Tijdens mijn veel te korte carrière diende ik de overheid én de gemeenschap namelijk bij de Dienst Vreemdelingenzaken. Altijd deed ik dat onder het bewind van een socialist of liberaal en nooit met of – stel je voor! – ‘onder’ Francken…

Toen ik als federaal ambtenaar even het gevoel had dat ik eens iets ander wou doen, twijfelde ik eraan om me kandidaat te stellen voor een vacature bij de Voetbalcel’ van de dienst Veiligheid en Preventie van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken. Ik had zelfs een kort gesprek met iemand die voor die cel werkte en dus eigenlijk een collega had kunnen worden. Omdat hij me toen zei dat zowat alles in zijn leven draaide rond voetbal en dat ook het geval was bij zijn andere collega’s, kreeg ik schrik. Voetbal is voor mij immers niet meer dan een uitzonderlijk duur spel dat de gemeenschap door belastingen veel geld kost. Belachelijk veel zelfs. Mijn kandidatuur ging dan ook nooit verder dan dat informeel gesprek…

Vaak hoor ik Theo Francken klagen en waarschuwen voor een ‘aanzuigeffect’. Hij heeft het dan over een maatregel of feit dat mensen uit verre landen zou kunnen aanzetten om naar hier te komen. Zo zouden ze willen komen genieten van onze verworvenheden. Profiteren eigenlijk. Soms is het zelfs zo erg dat ze daarom geen asiel aanvragen in België maar schaamteloos willen doorreizen naar het Verenigd Koninkrijk, kortweg en verkeerdelijk ‘Engeland’ genaamd…

In dat grote eiland aan de andere kant van het Kanaal speelt een kleine Belg. Ze noemen hem Kevin Debruyne. Hij verlengt zijn contract als voetballer bij Manchester City, een topploeg naar het schijnt en dat merk je wel aan het bedrag dat hij voortaan zal krijgen. Het gaat immers om een abnormaal hoog en zelfs perverse som van 360,00€ € per week. Niet per maand, jaar of na meerdere levens maar PER WEEK…

Terwijl ik dit hoor en het nadien ook enkele keren lees in verschillende digitale kranten, vraag ik me luidop af of de heer Francken dit nieuws ook vernam. Dit is immers het aanzuigeffect waarover hij spreekt. Er is geen ander fenomeen dat mensen uit hun arme maar vertrouwde omgeving doet lokken dan dit. Stel je voor: je zit eender waar zonder toekomst en hoop terwijl je hoort en leest dat je ergens anders 360,000€ per week kan krijgen als je tegen een bal kan stampen. Daarvoor zou je toch wel enkele risico’s durven nemen zoals het ontvluchten van je arme land, het oversteken van oceanen, rivieren en natuurlijk de zeeëngte tussen Europa en dat rijk eiland, niet? Misschien moet iemand Theo Francken, heel traag, helder en ondubbelzinnig zeggen wat dus het echte probleem is. Mijn voorbeeld lijkt me immers heel duidelijk: er is genoeg geld maar het wordt niet eerlijk verdeeld! Daar heb ik geen staatssecretaris voor nodig maar gezond verstand. Ik ben trouwens ook geen communist of zo. En u?

 

Adil Fraihi

614982_4130701984450_1525065206_o

 

Open brief aan…GMLT!!

Tags

De deuren sluiten of beter: worden gesloten. Niet door mij en ook niet door een bovennatuurlijke kracht maar door de natuur zelf. Die is immers niet volkomen en perfect. Het heeft mankementen die ervoor zorgen dat er steeds minder licht in mijn hoofd komt. Geen fotosynthese meer in mijn hersenen die donkere, zwarte gaten belet en verdringt alsmaar groter te worden. Ik leef dus nog amper…

Hoewel de deuren nu nog op een kiertje staan, duwt een stil en zacht – soms oorverdovend dan weer geruisloos – briesje ze dicht. Ooit waren het nochtans immens, stevige en loodzware poorten. Ze verdedigden het oogverblindend paleis in m’n hoofd. Ze waren de enige toegang tot mijn haast ondoordringbare persoonlijkheid. Ik opende ze enkel wanneer en voor wie ikzelf wou. Mijn karakter was ongetwijfeld veel mooier en natuurlijk een heel pak sterker dan nu. Een stomme ziekte is er echter in geslaagd het te herleiden tot een constante en alomtegenwoordige visie op een aartslelijk monster. Ik zie het zelfs wanneer ik in de spiegel kijk. Ik ben dat monster…

Ik heb lang inwendig geroepen en gesmeekt om hulp. Ik was en ben mezelf immers aan het verliezen. Meer nog, een gedeelte ben ik zelfs al voorgoed kwijt. Zowel fysiek al mentaal. Slechts enkelen konden dat natuurlijk horen of zien. Ik neem het dan ook niemand kwalijk tot ik het uiteindelijk heel luid, administratief correct en dus zeer duidelijk deed en nog steeds doe. Meer nog, ik kan nu niet anders dan verwijten dat diegenen die het niet horen of zien op z’n minst lijden aan een doofheid die ze werkonbekwaam maakt. Het kan ook schuldig verzuim zijn…

Om niet in details te treden en daardoor lezers te doen afhaken, som ik mijn hulpkreet als ms-patient kort op. Let op, Kafka is niet ver weg en humor is meer dan noodzakelijk als je wil kunnen omgaan met ‘administratieve vereenvoudigingen’: in 2015 dien ik via het ziekenfonds (CM) een aanvraag in voor een PAB (Persoonlijk AssistentieBudget). Deze aanvraag wordt opgenomen in het CRZ (Centrale Registratie van Zorgaanvragen). In 2016 meldt het VAPH (Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap) me dat PAB wordt vervangen door PVB (PersoonsVolgend Budget). Eind 2017 krijg ik eindelijk te horen er een positieve beslissing is!! Het VAPH wijst me immers een persoonsvolgend budget toe maar…euhm…in diezelfde brief met het goede nieuws staat dat ‘de toewijzing van een budget niet betekent dat u het budget ter beschikking gesteld krijgt. Het budget dat door de Vlaamse regering werd toegekend is immers niet toereikend…’

Omdat ik dus moet wachten op dat budget en dus op een wachtlijst sta, zou ik recht hebben op een BOB (BasisOndersteuningsBudget) van het ziekenfonds waarbij ik aangesloten ben. Dit is echter NIET het geval. Ik krijg tot op heden echter niets dan facturen die ik NIET kan betalen en ervoor zorgen dat ik de hulp die ik wil (en ja, VERDIEN!!) dus niet kan inroepen. Dit zorgt er dan weer voor dat ik in een situatie leef die dat beetje licht, die enkele stralen zon die door die kier een weg zoeken naar mijn hersenen, afblokt en tegenhoudt…

Om af te sluiten gebruik ik daarom de enige taal die begrepen wordt door zowel de administratie als door politici die het leven van hulpbehoevenden in onze moderne en beschaafde maatschappij nochtans aangenamer zouden moeten maken. Zij gebruiken immers graag afkortingen. Dames en heren politici, WEK (Wat Een Knoeiboel) of beter: GMLT (Geef Mijn Licht Terug)…

 

Adil Fraihi

 

Close Kd

Mevr. X en de driehoek

Tags

Ik weet dat er iets mis met me is. Ik weet het eigenlijk al lang. Het is dat hoofd van me waarin verschillende – soms tegenstrijdige – gedachten tegen elkaar botsen en leiden tot kleine ontploffingen die natuurlijk zeer groot aanvoelen. Vergelijkbaar met iets minuscuul in je mond dat bij aanraking door en met je tong reusachtig lijkt. Bovendien doet het pijn. Soms vurig en heet, dan weer ijskoud en kil. De ene keer brandmerkt het dus mijn hersenen om ze de volgende keer weer te bevriezen…

In mijn geval zie je het dan ook nog gedeeltelijk. Zo word ik af en toe wel eens onder een apparaat geschoven dat op basis van magnetische resonantie, beelden maakt van mijn hersenen. Daarop ziet zowel mijn neuroloog als ikzelf verschillende kleine littekens. Voor mij de oorzaak van vele lichamelijke mankementen. Mijn neuroloog ziet er dan weer iets meer in dan mij, maar die is slimmer. Dat denk en hoop ik dan toch tenminste…

Enkele weken geleden werden er opnieuw zo’n MRI-beelden van mijn hersenen gemaakt en eergisteren kreeg ik daar telefonisch eigenaardige resultaten van te horen. Het was trouwens de assistent van mijn ‘zenuwarts’ die me daarvoor belde. De neuroloog zag immers geen nieuwe letsels/littekentjes of scleroses (vandaar de naam multiple SCLEROSE). Als je weet dat ik me veel slechter voel dan de vorige keer dat er nog eens gekeken werd in die grijze massa van me, begrijp je ook wel meteen dat de uitslag dus best merkwaardig is. Weer tegenstrijd dus: een positief beeld met superslechte gevoelens én meet- en zichtbare lichamelijke achteruitgang! Mijn ziekte verandert. Een nieuwe behandeling en medicatie dringt zich op…

Maar er scheelt natuurlijk net iets meer met m’n hoofd dan bij de gemiddelde ms-patient. Adil zou Adil niet zijn als dat niet zo zou zijn, toch? Ik durf echt niet zeggen of ik autistisch ben (volgens mijn zus duidelijk wel!) of mijn mentale toestand een andere naam heeft. Al wat ik weet is dat mijn gedachten altijd te herleiden zijn tot geometrische figuren. Meer nog, in alles wat ik denk vind je een driehoek terug. Ik probeer het kort uit te leggen met een voorbeeld. Eigenlijk meer een meetkundige, driehoekige of triangulaire ervaring die ik vandaag had. Elke hoek of onderwerp krijgt een nummer, verbind de punten en je krijgt natuurlijk een driehoek…

Deze morgen komt een (bijzonder vreemde) vriendin van me voor een kort bezoekje. Ze zet een lekker kopje koffie voor me. Zelf moet ze niets hebben. Geen cafeïne voor haar want dat zou haar hart te snel doen slaan. Onaangekondigd begint ze na die mededeling luidkeels een gedicht voor te dragen dat ze ooit leerde van Alice Nahon (1). Ze herinnert zich nog enkele regels die ze als tiener op school leerde: ’t is goed in eigen hert te kijken, nog even voor het slapen gaan, of ik van dageraad tot avond, geen enkel hert heb zeer gedaan’…

Eerst zeg ik haar dat ze een ‘rare’ is en dan vertel ik dat de dichteres waarschijnlijk wel een Sefardische achtergrond had hoewel ze in 1896 in Antwerpen werd geboren. Bij het horen van die naam moet ik immers meteen denken aan de synagoge Moshé (Moise) Nahon in Tanger (2) en daar liep ik in 2012 zowat dagelijks voorbij toen ik er op reis was. Meer nog, ik sta op verschillende foto’s die werden genomen toen ik net voor dat gebouw poseerde in het centrum van de Marokkaanse havenstad. Net voor de ingang van het joodse gebedshuis zag ik al eens de oude, maar stijlvolle rabbijn. Z’n netjes getrimde, grijze baard leerde me dat hij niet jong meer was. OUD dus, de (3) van de driehoek…

Nadat m’n vriendin vertrekt krijg ik immers een aangekondigd bezoek van 4 tieners. Het zijn vier leerlingen van de katholieke, middelbare school waar ikzelf ook ooit lessen volgde. Ze kregen de opdracht om iemand te ‘interviewen’ die een ernstige ziekte heeft. Ze kozen voor mij omdat ik voorzitter ben van een vereniging rond MS (MS-Corps vzw), én zelf multiple sclerose heb…

Op een gegeven moment zeg ik hen ook dat ik naar dezelfde school ging als hen zonder te vermelden dat het een traumatische ervaring was. Eén van de jongeren vraagt daarop welke leerkrachten ik me herinner. Omdat ik niet vertel dat ik hun namen en gezichten ergens verdring in een donker hoekje van mijn geheugen, zeg ik hem dat ik geen kan noemen omdat het zo lang geleden is. En dan verraadt hij hoe ze mij zien: ‘Ken je toevallig mevr x nog?’. Hij draait zijn gezicht naar de andere drie jongens en ik hoor hem zeggen dat zij ‘ook oud’ is (3) en ik haar daarom misschien nog wel zal kennen. ‘Ik ben dus oud?’, roep ik dan verontwaardigd. In koor antwoorden ze daarop: ‘Ja toch.’…

Die avond denk ik terug aan wat er ook nu weer voor zorgt dat er verschillende driehoeken door mijn hoofd vliegen. Ze razen voorbij m’n ogen wanneer ik ze sluit. Soms hechten de driehoeken zich aan elkaar zodat het pijnlijke prisma’s worden. Toch ben ik meer dan benieuwd naar ‘mijn’ volgende driehoek. Nog meer ben ik nieuwsgierig te lezen wat de 4 leerlingen hebben gemaakt van het interview want dat beloofden ze door te sturen. En u?

 

 

Adil Fraihi

 

synagoge

Tanger, Marokko, oktober 2012

Adil voor de synagoge Moise Nahon met pet omdat je er anders niet binnen mag…

 

Close Kd

 

 

 

 

For the Fret

Tags

Net een voortreffelijk, feestelijk en meer dan bijzonder weekend achter de rug. Een goede vriend beloofde enkele maanden geleden op mijn verjaardagsfeestje dat hij een boottocht zou organiseren. Het zou een speciaal verjaardagsgeschenk zijn waarbij hij enkele vrienden betrok alsook mijn oudere broer. Om hem – en eigenlijk ook hen – te bedanken had ik in mijn hoofd een korte speech voorbereid. We gingen onderweg immers aanleggen in Gent om er iets te eten. Eens we er waren gooide mijn MS echter roet in het eten (bijna letterlijk dus!). Ineens sloeg een enorm uitputtende vermoeidheid toe, kon ik niet meer fatsoenlijk praten en overdonderde de luide muziek in het eethuis me. Daarom kon ik me dus verbaal niet uitdrukken en hoop ik dat via deze blog recht te zetten. Deze draag ik dus op aan Fret! Het is een fictieve naam. De persoon achter het pseudoniem weet gelukkig beter…

Eerst en vooral lijkt het me meer dan logisch dat ik Fret enorm wil bedanken. Het voorstel dat hij op mijn verjaardagsfeestje lanceerde om met enkele vrienden een boottocht te maken was gewoon super. Hoewel hij me verbaasde toen hij totaal onverwacht met dit idee kwam opdraven, wist ik toen eigenlijk al dat alle plannen die hij smeedt telkens weer de moeite zijn. Fret is gewoon meer dan uitzonderlijk. Hij is bijgevolg meer dan een vriend voor me…

Nog even kort iets over de boottocht: er zouden geen vrouwen welkom zijn op de boot zolang we niet ergens aanmeerden. We hebben ons aan deze voorwaarde gehouden. Er werd ondanks het aseksuele karakter van de plezierreis veel gelachen, gedronken, gegeten en door sommigen zelfs gesnurkt, maar dat is een ander verhaal…

Varen doe ik bijna nooit. Ik heb een Marokkaanse achtergrond en dat heeft daar wellicht veel mee te maken. Hoewel Marokko omringd wordt door enerzijds de Middellandse Zee en anderzijds de grote Atlantische Oceaan, zijn de meeste Marokkanen niet echt te vinden voor water. Meer nog, het zijn woestijnratten die liever niet in aanraking komen met water, tenzij ze echt dorst hebben natuurlijk. Wassen doen we dus zelden. Slechts één keer per maand of zo. Ik heb me wel laten vertellen dat sommige vrouwen dit toch een paar keer per maand doen. Schandalig eigenlijk…

Ik herinner me daarom ook de laatste keer dat ik op een boot zat. Dat was in de zomer van 2000 op de Middellandse Zee ter hoogte van Palavas-les-flots in het zuiden van Frankrijk. Ik was toen immers met mijn zwangere vriendin naar Montpellier gereisd en daarvoor gebruikte ik de auto van mijn broer. Nadat ik die wagen naast enkele andere wagens parkeerde, ging ik me in een hotelletje eerst douchen waarna we uitgebreid aten en vervolgens in bed doken. Om te slapen want ik was na de lange rit best moe…

Met luid gebonk op de deur en hysterisch geroep door personeel van het hotel werd ik echter gewekt. Er zou een brand zijn! Ik begreep het niet meteen maar iemand vertelde me paniekerig dat er wagens op de parkeerplaats in brand stonden. Toen ik naar het balkon liep, zag ik hoe enkele vlammen uit de zijraampjes van mijn auto sloegen. De hele auto brandde volledig uit terwijl ik niets anders kon doen dan ernaar staren en kijken hoe brandweerlui een vijftal wagens blusten. De mijne – of beter die van mijn broer – was die in het midden…

Al snel was er sprake van kwaad opzet. Een politieagent raadde me aan toch terug in bed te kruipen en de volgende ochtend naar het politiekantoor te komen voor een verklaring en documenten voor de verzekering. Iedereen zal wel begrijpen dat ik wel terug naar m’n kamer ging maar er van slapen of andere leuke activiteiten geen sprake was. Er raasden alleen maar vragen door mijn hoofd: waarom ik? Waarom nu? Waarom hier? Waarom?
Een taxichauffeur bracht ons de volgende morgen naar het commissariaat. Samen met mijn zwangere vriendin stapte ik het grote gebouw binnen. Twee vriendelijke, vrouwelijke agenten verwelkomden ons met een grote lach en spierwitte tanden. Het viel me trouwens vrijwel meteen op dat de mooiste agenten ter wereld zich allemaal hadden verzameld in dit complex dat er aan de buitenkant heel oud en ‘statig’ uitzag, maar binnen heel modern was. Echt, zowel de mannelijke als vrouwelijke ordehandhavers leken door een modellenbureau gecast te zijn. Helemaal anders dan hetgeen ik bij ons in België gewoon was, maar dat kan ook liggen aan het feit dat ik toen zo weinig had geslapen natuurlijk…

Eén van de knappe, geuniformeerde receptionisten, bracht ons naar een kamertje op de eerste verdieping. Het was een kale ruimte met twee stoelen aan een houten bureau waarachter een lederen stoel stond. In mijn hoofd was dit een verhoorkamer waar moordenaars en verkrachters werden ondervraagd. Ik zou wel eens gelijk kunnen gehad hebben…

Een tiental minuten nadat we ons hadden neergezet kwam er iemand binnen die m’n mond deed openvallen omdat ik echt nog nooit zo’n mooie verschijning had gezien. Mensen die me kennen weten dat ik een bijzondere voorkeur heb voor vrouwen in eender welk uniform, maar geloof me, deze vijfentwintigjarige roodharige agente was ‘something else’. Ze stapte kordaat binnen, reikte haar hand uit, begroette ons hartelijk en stelde zich voor als Nathalie (of was het Isabelle of Véronique?). Vervolgens draaide ze zich om en ging ze op de lederen bureaustoel zitten. Ik smolt…

Ik kon amper verstaan hoe ze uitlegde dat er een schuldige werd gearresteerd. Een vandaal zou toegegeven hebben een brandende fles in een voertuig te hebben gegooid. Door de strakke wind zouden de vlammen telkens weer overgeslagen zijn op de auto ernaast. Ze las vervolgens luidop voor van het politieverslag: ‘een wagen met Belgische nummerplaat vatte als derde auto vuur en brandde op korte tijd volledig uit.’ Ik moet eerlijk bekennen dat ik daarna niet echt meer luisterde maar enkel nog keek naar haar gave huid, de licht opgemaakte wimpers, de smaragdgroene ogen, haar uitnodigende lippen, fijne vingers,…

Alsof het ongeboren kind in de buik van mijn zwangere vriendin me toen al begreep, gebeurde er vervolgens iets merkwaardig. Iedereen weet wel dat zwangere vrouwen vaak en ineens moeten gaan plassen. Het babietje zou tegen hun blaas drukken of zo. Welnu, de moeder van hetgeen later mijn enige kind zou worden, had dat dan dus ook. Ze vroeg de agente waar het wc was, excuseerde zich, stond op en verliet de vermoedelijke verhoorkamer. Net op dat moment verscheen natuurlijk de charmeur in me. Noem hem maar geruste een onverbeterlijke playboy en rokkenjager. Ik leg uit waarom…

Wanneer mijn zwangere vriendin – waarmee ik op reis was nadat het al een tijdje rommelde in onze relatie die we zo probeerden te redden – wegging, raakte ik op een losse, vriendschappelijke manier aan de praat met de agente. Meer nog, ik kreeg het gevoel dat het klikte tussen ons. Er was iets dacht ik. Toen ze me bijvoorbeeld vroeg wat ik deed en ik in het Frans vertelde dat ik ambtenaar was bij het ‘Ministère de l’Intérieur, Office des Etrangers’, zag ik een fonkeling in haar ogen. Ze beweerde immers al lachend en giechelend dat we dus eigenlijk collega’s waren omdat dat in Frankrijk ‘Police des Etrangers’ werd genoemd. Het ijs werd dus niet alleen gebroken maar er was meteen een verbondenheid die volgens mijn beperkt, ziek en ronduit pervers denken, alleen kon leiden tot een onstuimige vrijpartij…

Daarom vertelde ik haar ook vlakaf dat ik haar enorm knap vond en haar terug wou zien. Mijn vriendin zou ik die dag nog terugbrengen naar België. Vervolgens zou ik meteen terugkeren naar Montpellier. Lichtjes overdreven voegde ik eraan toe dat ik alles zou doen om haar terug te zien! Als het niet anders kon, zou ik desnoods mijn eigen wagen in de fik steken om weer in het politiekantoor te belanden…

Hierop stond ze ineens recht, stapte ze naar buiten en liet ze me enkele minuten alleen. Ik wachtte maar wist niet op wie of waarom. Ook toen m’n vriendin terugkwam, naast me ging zitten en vroeg waar de agente was, kon ik niet antwoorden. Na een vijftal minuten kwam ze uiteindelijk terug, maar niet alleen…

Een stoere, overdreven gespierde en gebruinde agent liep net achter Nathalie (of Isabelle of Véronique) en bleef achter haar lederen bureaustoel staan terwijl ze zelf ging zitten. Met een strenge blik stelde ze hem voor als Marc, vermoedelijk met een ‘c’ ipv een ‘k’. Ik bekeek hoe hij een zonnebril op zijn hoofd had gezet die zijn zwarte haren naar achteren duwde. Met één enkele ruk trok hij handboeien uit z’n politiegordel, zette hij een grote stap vooruit en gooide hij ze op het bureau…

‘Luister, vriend!’, zei hij heel luid en kort, ‘Als we nog iets van je horen, gebruik ik ze en sluit ik je héél lang op. Teken deze documenten en zorg ervoor dat ik je nooit meer tegenkom!’. Nathalie (of Isabelle of Véronique) schoof vervolgens enkele papieren voor me waaronder ik zonder ze te lezen mijn handtekening zette, stond op, nam mijn vriendin bij de hand en stapte naar buiten. De hele tijd vroeg ze me wat er scheelde, maar ik zweeg. Omdat m’n zwangere vriendin bleef aandringen en ik besefte dat ik toch met een uitleg moest afkomen, loog ik overtuigend: ‘Het zijn racisten, das’ al!’…

Eens buiten, zagen we dat dezelfde taxichauffeur die ons naar hier bracht er nog steeds of weer stond. We stapten in z’n taxi, een zwarte Audi 4, terwijl ik overdreven afkeurend met mijn hoofd schudde. Hij vroeg me bezorgd waarom ik hier moest zijn en wat er scheelde. Daarom vertelde ik over de brand maar natuurlijk niets over Nathalie (of Isabelle of Véronique) en al zeker niets over Marc.

Op dat moment stelde de taxichauffeur voor dat ik mijn vakantie kon redden door een boottocht die elke avond werd georganiseerd door het bedrijfje van een vriend van hem. Hij toonde me een visitekaartje en zei me dat hij hem onmiddellijk zou bellen om het te regelen. Dit deed hij dan ook, bracht ons terug naar het hotel en beloofde ons die avond op te pikken en naar een kleine jachthaven te brengen…

Om een lang verhaal kort te maken, rond ik af met het volgende: samen met mijn zwangere vriendin belandde ik die avond op een vissersbootje dat werd omgebouwd tot iets wat leek op een erotische discotheek/cabaret. Met het meisje dat enkele maanden later de moeder zou worden van mijn zoon, stond ik de hele tijd bang op het dek te wachten. Het duurde lang voor we terugkeerden of zo leek het toch. Toen we uiteindelijk terug aanmeerden kon ik me plots de naam herinneren van de roodharige agente. Het was Amélie. Dat doet me dan weer denken aan een film. En u?

 

Adil Fraihi

 

 

 

 

 

 

boot1

 

614982_4130701984450_1525065206_o

 

Naar de kerk

Tags

Ooit moest ik een drietal keer per jaar naar de kerk. Mijn hele miserabele leven ging ik immers naar een katholieke school en daar werd me een bezoekje aan zo’n gebedshuis opgelegd. Het was dus niets anders dan een verplichting die zelfs traumatisch werd en me op een gegeven moment – ik zat toen al in het laatste jaar van de secundaire school – werd verboden! Mijn liberaal, alternatief en ronduit onorthodox gedrag door rebelse en anarchistische ideeën zorgden ervoor dat de directie me uitsloot van alle buitenschoolse activiteiten. Ik was niet meer dan een kind van de duivel dat verbannen werd en dus geen kerk meer vanbinnen mocht zien…

Ik huilde toen helemaal niet omdat ik  een zekere trots voelde en nog steeds ervaar. De bevestiging dat een religieuze instelling geleid door onverdraagzame individuen die me  uit hun gemeenschap probeerden te drijven,  versterkte bovendien mijn houding tegenover alles wat te maken had met religie. Ik had met andere woorden een moeilijke jeugd. Op dat vlak dan toch omdat ik telkens weer moest opboksen tegen een ideologie en ingesteldheid die niet de mijne was. Erger nog, ik moest voortdurend vechten tegen dogma’s en overtuigingen die werden verdedigd door….euhm…..een zogenaamde elite die me mee zou moeten opvoeden…

Deze frustratie mondde uit in het beluisteren van harde punkmuziek. Ook het meelopen in allerhande manifestaties en het deelnemen aan verschillende protestacties was daar het gevolg van. Ik was en ben dus in eerste instantie nog steeds een ketter omdat godvrezende types me dat label gaven en nog steeds geven! Bovenal ben en blijf ik immers een MENS. Misschien kan eender welke pastoor daar eens een (saaie) preek over geven tijdens een zondagsmis? Of een artikel in hun krantje met als titel: ‘Ook mensen die geloven in een god kunnen eikels zijn’…

Enkele jaren geleden ben ik dan toch een kerk binnengestapt. Haastig en rondom me kijkend liep ik de ruime hal binnen. In de hoop dat niemand me zou zien natuurlijk want dat zou catastrofaal kunnen zijn voor mijn reputatie als  rebelse atheïst die god tegen de schenen zou pissen als hij dan al zou bestaan tenminste. Omdat ik toen nog geen wandelstok gebruikte kon ik vrij snel naar binnen en keek ik nog heel even naar de grote, houten deuren. Eens ik binnen was voelde ik waarvoor ik gekomen was…

Heel West-Europa kreunde en kermde onder een hittegolf in juni 2006. Mijn door MS-geteisterde lijf dus ook en daarom besloot ik koelte op te zoeken waar het maar kon. Meer nog, de hoge temperatuur zorgde ervoor dat ik niet helder meer kon nadenken. Anderen zouden dan weer zeggen dat het er juist voor zorgde dat ik creatief of inventief werd. Ik herinnerde me immers ineens dat zo’n kerk vroeger altijd koud aanvoelde en dus wel koel moest zijn. Mijn bizarre gedachtegang was juist want zodra ik de kerk binnenstapte die ik als tiener niet meer mocht betreden, genoot ik van de frisse omgeving waarvoor het gebouw zorgde met haar hoge muren, blinkende en gladde zuilen, de donkere glasramen,…

Enkele jaren later zou ik dit weer doen wanneer ik opgenomen ben in een ziekenhuis waarvan ik de naam niet kan en mag bekendmaken. Ik ging daar op mijn eentje enkele keren naar de lege kapel, koos steeds dezelfde stoel op de achterste rij (je weet wel, zo van die dingen met een hoge rugleuning), ging erop zitten en sloot telkens mijn ogen om nog meer te kunnen genieten van de aangename verkoeling.  Telkens droomde ik weg en het lukte me zelfs een keertje aan niets te denken en dat gebeurt anders nooit. Al zeker niet wanneer ik niet kan slapen en op mijn rug in bed naar het plafond staar terwijl ik niet kan stoppen met piekeren…

Het was dus even schrikken toen ik een mannenstem naast me hoorde. Alsof iemand totaal onverwacht het licht aanstak, sperde ik mijn ogen wijd open, zette ik me recht(er) en draaide ik meteen mijn hoofd naar rechts. Glimlachend begroette een bebaarde man me en excuseerde hij zich: ‘Sorry dat ik je zo kom lastig vallen.’. Nadat hij zich kort voorstelde als aalmoezenier, vroeg hij mijn naam. Eerst keek hij me verwonderd aan, waarschijnlijk omdat hij niet onmiddellijk iemand met een exotische naam als de mijne verwachtte in zijn gebedsruimte…

Mijn veronderstelling klopte want hij vroeg me waarom iemand als ik trouw naar de kapel kwam om – en ik citeer – te ‘bezinnen’. Die ‘iemand’ zou dan nog een vreemde naam hebben en misschien wel een andere god of – god almachtig!! – géén god kennen!!!! Ik zag dat mijn antwoord insloeg als een diabolische hamer die door Lucifer zelve herhaaldelijk op zijn voorhoofd werd geslagen: ‘Oh, ik kom hier alleen voor de airco hoor! En u?’

 

 

Adil Fraihi

 

TOSHIBA - WIN_20150326_200933