De paarden van Allah stinken

Soms vergelijk ik mezelf met een hoopje vuilnis. Dat beeld gebruik ik zelfs vaak als ik mensen wil aanraden me met rust te laten, niet uit te dagen en niet te ergeren of jennen. Toch blijven sommigen het doen. Een gewaarschuwde man zou er nochtans twee waard zijn! Twee debielen dus…

In wat een ver verleden lijkt, zag ik ooit eens schapen op een groot vuilnisbelt. Een hele tijd geleden vloog ik immers enkele keren vanuit onze nationale luchthaven in Zaventem naar die van Marokko, op enkele kilometers van de miljoenenstad Casablanca. Daar zouden officieel iets meer dan 3.350.000 mensen wonen. Zoals veel anderen, denk ik echter dat dit getal in werkelijkheid véél hoger ligt. Het heeft te maken met de talrijke, drukke sloppenwijken waarin vergeten mensen wonen. Die tellen niet mee omdat ze nu eenmaal niet administratief ‘geregistreerd’ zijn. Ze bestaan dus niet echt. Noch bij hun geboorte en ook niet wanneer ze onder de grond worden gestopt als ze overlijden. Een witgekalkte gedenksteen is al wat je dan nog kan terugvinden in de enorm grote begraafplaatsen die vaak niet beter zijn dan de sloppenwijken waarin ze dagelijks moesten overleven . Mensen worden stenen. De essentie blijft dezelfde…

Enkele dagen voor het islamitisch offerfeest van 2003, landde ik in de grote, moderne en door airco verkoelde luchthaven Mohamed V net iets buiten de commerciële hoofdstad van Marokko. Ik beloofde mezelf nooit meer naar Marokko te reizen nadat een kruier m’n bagage van de aankomsthal naar het station bracht in de kelderverdieping van het gebouw. Hij was immers duidelijk niet tevreden met de fooi die hij van me kreeg en slingerde me (volledig onterecht én heel luid zodat iedereen op het perron het kon horen) enkele verwijten naar het hoofd. De trein naar de administratieve hoofdplaats Rabat – waar ik me in een Amerikaanse instelling wou laten onderdompelen in een taalbad – stond er al en zag eruit als die waarmee ik vroeger dagelijks naar school ging in een heel andere stad, ver van hier, namelijk Mechelen. Achteraf hoorde ik dat de afdankertjes van onze Belgische spoorwegmaatschappij wel eens werden overgekocht door de Marokkaanse…

Een paar minuten na het vertrek van de trein, reden we voorbij een sloppenwijk. Er leek geen einde te komen aan het zicht op miserabele barakken overdekt met golfplaten tussen de kleine heuvels met huisvuil, plastic en etensresten. Het viel me meteen op dat veel schapen op het vuil zochten naar voedsel en leken te grazen. In werkelijkheid aten ze dus dingen op die mensen hadden weggegooid omdat ze niet (meer) eetbaar waren. De gedachte dat diezelfde dieren enkele dagen later ritueel zouden geslacht en opgegeten worden op bevel van een imaginair opperwezen, flitste even door mijn hoofd en maakte me zelfs wat misselijk. Mensen eten dus dieren die op hun beurt vuilnis eten om uiteindelijk een witgekalkte steen te worden. De essentie van ons bestaan moet dus niets zijn…

Enkele jaren later verschijnt er dan weer een film die me hieraan doet terugdenken. De regisseur Nabil Ayouch is de regisseur van ‘les chevaux de Dieu’ die ik in 2012 voor de eerste keer zie. Daarna kijk ik er nog een paar keer naar. Het is immers echt een boeiende film en gaat over twee jongens die opgroeien in een sloppenwijk in Casablanca. Het verhaal is gebaseerd op het leven van een paar daders van de terroristische aanslagen in Casablanca in mei 2003 waarbij ook een joodse begraafplaats aangevallen werd. Een plek waar mensen liggen die al…euhm…dood zijn? Een film dus over twee debielen…

Zowel oude Arabische als Nederlandse en Vlaams(ch)e gezegden en spreuken interesseren me. Zo bestaat er eentje over het vuil dat ik zag en dus ook zelf beweer te zijn: laat het gerust, laat het liggen en kom er niet aan! Meer nog, hou er afstand van want hoe dichter je erbij komt en zelfs aanraakt hoe meer het zal stinken!! Laat me met andere woorden maar gerust en stoor me niet met dingen die ik de moeite niet waard vind. Ik begin dan immers te stinken! Ook wanneer ik net een (taal)bad nam want ik besef best dat ik ‘niets’ ben En u?
Adil Fraihi

 

ADILMojo1bis

 

 

Advertenties

5 na 12

Voor T.

 

5 na 12…

 
Het begint eigenlijk veel vroeger. Het moet immers rond 9u geweest zijn wanneer ik haar die morgen bel. Na het eerste belsignaal neemt ze al op en dan vraagt ze me terug te bellen om 5 na 12. Niets meer en niets minder, gewoon 5 na 12 en ze hangt op. Ik krijg dus geen tijd om te vragen waarom ik juist om 5 na 12 moet terugbellen…

 

5 na 12…

De hele tijd denk ik na waarom ze vraagt dat ik juist om 5 na 12 moet terugbellen en niet over een half uurtje of over een uurtje of zo. Of misschien die middag, namiddag of avond. Vragen om morgen terug te bellen had ik ook veel normaler gevonden en zou me niet gestoord hebben. Nee, om 5 na 12 moet ik terugbellen…

 

5 na 12…

Vreemd trouwens dat ik iets moet doen om 5 na 12 want om 5 voor 12 had meer zin gehad. Dan kan je nog snel iets rechtzetten voor het te laat is. Dat heb ik vroeger zelfs meermaals gehoord wanneer leerkrachten zeiden dat ik me moest herpakken voor het te laat was en ik niet zou slagen want het was toen 5 vóór 12! Maar nee, ik moet terugbellen om 5 na 12, wanneer het eigenlijk al te laat is…

 

5 na 12…

Omdat ik een bizarre en bijzonder vreemde jongen ben, wacht ik af tot ik haar mag bellen. Ik kijk voortdurend naar mijn oude wandklok die alsmaar trager begint te tikken. Nochtans zit er nog maar pas een nieuwe batterij in. Daaraan kan het dus niet liggen. De 5 laatste minuten tussen 12u en 5 na 12, wanneer ik mag, wil, en zal bellen, lijken wel een eeuwigheid te duren. En dan, eindelijk: 5 na 12!!

 

5 na 12…

Angstvallig en nieuwsgierig bel ik haar om 5 na 12 op. Stipt!! Weer moet ik niet lang wachten voor ze opneemt. Ik denk na het tweede belsignaal al. Moeizaam spreekt ze haar naam uit en ik hoor daarom dat er iets scheelt. Misschien had ik beter niet zo lang gewacht en haar al een tijdje eerder moeten troosten? Maar zij was toch diegene die me vroeg te bellen om 5 na 12?

 

5 na 12…

Voor ik verderga over het moment waarop ik haar moet terugbellen, misschien best even zeggen wie ze is en wat onze relatie is. Het meisje dat ik om 5 na 12 moet terugbellen is ondertussen een dame waarmee ik zo’n 25 jaar geleden een korte liefdesrelatie had die eerst uitmondde in een onverklaarbare knipperlichtrelatie om tenslotte volledig uit te doven. Het (liefdes)verdriet duurde zelfs véél langer dan de korte relatie. Nadien spraken en zagen we elkaar nog even maar ook dat werd niets. Een tijdje geleden zijn we via een sociaal medium terug met elkaar beginnen spreken en zien we elkaar zelfs al enkele keren. Betrokkene is ondertussen getrouwd…

 

5 na 12…

Ik hoor niemand graag huilen en een vroeger vriendinnetje waarmee ik enorm leuke tijden heb beleefd, al zeker niet. Pas na lang aandringen legt ze me uit waarom ze droevig is. Het is dan 5 na 12, niet ervoor en ook niet erna…

 

5 na 12…

Om 5 na 12 legt ze me uit dat ze mijn blogs/columns/verhaaltjes leest en dat maakt me eerlijk gezegd eerst blij maar wanneer ze over één specifieke blog begint, begrijp ik haar verdriet hoewel het me verrast. Die gaat namelijk over een actieve euthanasievraag die ik onlangs deed. Ik hoor haar snikken en snotteren en moet haar meermaals geruststellen door te zeggen dat hierop geen datum staat en ik nog zo lang als mogelijk wil LEVEN…

 

5 na 12…

Wanneer ik hoor dat ik haar heb kunnen kalmeren, vraag ik haar waarom ik eigenlijk moest terugbellen om 5 na 12. Haar antwoord zorgt voor een luide lach én een traantje dat ik dan weer moet wegpinken: ‘Zomaar eigenlijk. Nee, ik ben ondertussen lerares en om 12u gaat de bel. Tegen 5 na 12 is iedereen hier wel weg en kan ik rustig praten!’…

 

5 na 12…

Tijd vernietigt niet alleen alles maar is dus heel relatief, denk ik dan. Bovendien wil ik om 5 na 12 vooral en in de eerste plaats LEVEN!! En u?

 

 

Adil Fraihi

 

ADILMojo1bis

Voornemens 2019

Wat mij betreft loopt elk jaar gewoon door en krijgt het gewoon een ander nummer of cijfer. Het is louter administratief, denk ik. Bijgevolg snap ik niet waarom mensen telkens beloven iets anders te gaan doen of zelfs anders te zijn. Ik ga ervan uit dat deze ‘voornemens’ dan ook niet meer zijn dan het gevolg van overmatig drankgebruik. Een collectieve roes waarvoor verschillende media verantwoordelijk zijn, kan ook een oorzaak zijn natuurlijk…

 
Omdat ik denk en vrees anders te zijn dan de meeste mensen, verspreid ik via deze blog ‘mijn voornemens’ voor 2019 nu al. Niet omdat ik denk dat ik hiermee anderen zou kunnen beïnvloeden en dus een soort van voorbeeld te zijn, maar wil ik zo gewoon sneller zijn. Met de middenvinger omhoog neem ik afstand van een periode waarin zoiets mag en kan gezegd worden. Misschien beter of op z’n minst toch duidelijker: ik doe niet mee met die zever rond en over de feestdagen, ik doe het wanneer ik wil en dat is nu…

 
Hier komen ze dan, zet je schrap, neem er een kop koffie bij en…euhm…ga er vooral gewoon bij zitten:

 
– In 2019 wil ik – in de mate van het mogelijke en wetende dat dit bijna onmogelijk is – nóg liever en braver zijn…
– Ik beloof plechtig geen onnodige, lichamelijke inspanningen te doen. In geen geval zal ik dus zomaar aan sport doen! Uitzonderlijk en onder dwang van mijn lieve kinesiste, zal ik deze regel overtreden…
– Alcohol drinken doe ik nu al weinig en dat zal het komende jaar niet veranderen tenzij ik in situaties terechtkom die de consumptie hiervan goedpraten. Liefst op basis van wetenschappelijk argumentatie die zelfs – en noteer maar gerust dat ik dus niet fanatiek ben – door semiprofessionele toogfilosofen mag uitgelegd worden…
– Met behulp van mijn stoere driewielscooter (pgo t-rex) zal ik vaker te zien zijn buitenshuis. Dit natuurlijk niet wanneer weersomstandigheden te slecht zouden zijn (regen, sneeuw en wind), het te warm is of wanneer ik zou moeten tanken en ik geen zin zou hebben om dat te doen of zo…
– Als flexitariër zal ik steeds minder vlees eten om uiteindelijk vegetariër te worden. Dit zal waarschijnlijk moeiteloos en vrij snel gaan want ik beperk het nu al tot hamburgers, hotdogs, kroketten, bitterballen en berenpoten waarin volgens media en anderen niet echt vlees zit maar enkel afval…
– Om uitgebuite en onderbetaalde, Zuid-Amerikaanse koffieboeren te helpen, zal ik nog meer koffie drinken en mensen oproepen om hetzelfde te doen. Meer koffie drinken betekent immers meer koffiebonen en dus meer geld voor die arme stakkers die daarom niet hoeven te migreren naar de rijkere Verenigde Staten van Amerika…
– Ik ken niets van en over voetbal en dat wil ik best zo houden. Ook in het volgende jaar. Toch ben ik voortaan fan van de enige Brusselse ploeg die het verdient dat ik ervoor supporter. Het gaat natuurlijk over Union Saint-Gilloise. Een vriend – geen goede of slechte maar eerder een neutrale – overtuigde me hiervan en ik weet eerlijk gezegd ik niet meer waarom. Waarschijnlijk besloot ik dit tijdens één van die zeldzame momenten waarin ik dan toch teveel dronk en een figuurlijke middelvinger opstak naar alles wat te maken heeft met dat voetbalgedoe. Ja, ik heb het over geld…

 
Enkel(e) aandachtige lezers van deze blog zullen trouwens gemerkt hebben dat ik één bepaald woord op twee verschillende manieren schreef. Het gaat om die vinger en weet je, beide zijn juist. Zowel de middeN- als middeLvinger dus!! Ik wist dat al langer. Bovendien wens ik toch (bijna) iedereen prettige feestdagen. En u?

 

 

 
Adil Fraihi

 

Close Kd

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gele hesjes migreren

Nee, ik draag geen geel hesje, maar een oranje. Een rode bestaat nu eenmaal niet en zo wil ik mijn woede toch tonen. Het is een verontwaardiging die enkel kan getoond worden door de kleur van furie. Rood dus, niet die van een partij of politieke ideologie die door velen – terecht of niet, daar gaat het nu niet om – wordt uitgespuwd, maar het kenmerk van boosheid die verder gaat dan eender welke andere kleur. Geel is dus voor mietjes die aanvankelijk misschien wel goede bedoelingen hadden maar niet ver genoeg voor me gaan…

 
Ik moet trouwens eerlijk bekennen en toegeven dat ik het niet meteen doorhad. Ik dacht immers dat één of andere nieuwsreporter een nieuw woord had uitgevonden dat later zowat door iedereen werd overgenomen. Iets dat later zou uitgeroepen worden tot ‘woord van het jaar’. Misschien was het wel een gevolg van een spraakgebrek? Maar nee, IK was fout . Gele hesjes bestaan al langer. Alleen de domme Adil dacht weer dat het gele vestjes zijn. Met een ‘v’ van Verkeerd…

 
Een totaal verkeerde, foute en zelfs invaliderende ziekte zorgde er enkele jaren geleden voor dat ik werd opgenomen in een ziekenhuis. Dit zou achteraf wel vaker gebeuren en is in die zin dus niet bijzonder maar die opname was toch wel anders voor me. Een goede vriend gaf me toen immers een leuk boek: ‘Indignez-vous’ van de verontwaardigde humanist Stéphane Hessel. Ik las het en verstond dat ik niet meer de enige was die gedegouteerd en dus boos was…

 
Mijn rotlijf belet me om die verontwaardiging op straat te tonen. Ik zou met mijn oranje hesje nochtans best opvallen tussen al die gele hesjes en zo misschien wel even vermeld of getoond worden in het avondjournaal van de publieke omroep? Ik zie mezelf al geïnterviewd worden door een onderbetaalde en veel te jonge verslaggever die me vragen stelt terwijl je op de achtergrond sirenes hoort en af en toe luide knallen van voetzoekers…

 
Ik som dan kort op waarom ik op straat kom. Ik spuw mijn gal (figuurlijk) uit door te verwijzen naar het loon van een bekende, Belgische voetballer die voortaan maar even een hallucinant bedrag van 360.000€ per week gaat verdienen. Dan verwijs ik naar een minister van volksgezondheid en welzijn (Jo Vandeurzen) die recht heeft op een uittredingsvergoeding van 400.000€ terwijl deze minister me persoonlijk in een brief vertelt dat er te weinig geld is om gehandicapten zoals mij met Persoonsvolgende Budgetten (PvB’s) te helpen en ik dus maar moet wachten. Om af te sluiten heb ik het dan nog even over een staatssecretaris (ja, Theo Francken) die zegt dat het migratiepact ervoor zal zorgen dat vreemdelingen al ons geld zullen komen afpakken maar niet zegt waar al het geeld echt zit…

 
Pas nadat ik dit zeg in de microfoon die onder mijn neus geschoven wordt, begin ik ongecontroleerd te kokhalzen. Zonder waarschuwing spuit ik ineens een onophoudelijke straal met bruin-gele smurrie uit mijn mond. Al brakend toon ik mijn verontwaardiging en zou dus ongetwijfeld enorm opvallen met dat oranje hesje van me, niet? En u?

 

 
Adil Fraihi

 

Close Kd

Braakliggende cassette

Ik was 16 in 1988 en al overtuigd van mijn ongeloof wat religie betreft. Geboeid en zelfs gepassioneerd door alternatieve muziek die mijn rebellie vertolkte, werd ik bovendien plots de ‘frontman’ van een groepje muzikanten die dezelfde liefde deelden voor muziek. Eerlijk gezegd maakten we toen als een bende pubers meestal niet meer dan oergeluiden en dit was het directe gevolg van het feit dat geen van ons muzikaal geschoold was of zijn instrument deftig kon bespelen door een natuurlijk talent of zo. Toch was elk van ons er absoluut zeker van dat we een onderschatte band waren die eigenlijk hoorde op te treden in grote voetbalstadia…

 
In die tijd luisterden we vaak naar muziek die werd opgeslagen op cassetten. Deze werden op hun beurt afgespeeld op veel te grote cassettespelers. Die van mij zorgde ervoor dat je de tape die beschermd werd door een plastic omhulsel, er meestal weer uit moest prutsen met een balpen die je daarna weer gebruikte om het terug glad in de cassette te draaien. Dit lukte echter bijna nooit omdat ik het roestbruine lintje precies had gebruikt om m’n tanden te flossen. Ik overdrijf niet, vraag het maar na aan de leeftijdsgenoten die zo’n geluidsbandje aan me uitleenden om het zwaar beschadigd terug te krijgen…

 
In de zomer van dat jaar besloot één van onze gitaristen – of was het de saaie en vervelende bassist – een liedje na te spelen van een Australische groep die toen onbekend was voor me. Ondertussen zag ik hen al vier keer en telkens deden ze me herinneren aan de eerste keer dat ik een optreden van hen zag. Het was een avond in een Kempisch dorpje waarover ik niet teveel ga zeggen omdat de kans groot is dat dit dan weer over iets helemaal anders zal gaan…

 
Ik heb het over ‘Down on the farm’ van Cosmic Psychos waarvan ik dus een cassette meekreeg. Het was de bedoeling het thuis te beluisteren, de tekst te ontcijferen (er was toen immers nog geen internet waarop je zowat alle teksten kan terugvinden van zowat elke muziekgroep) en het dan van buiten te leren om het de volgende repetitie min of meer te zingen. Brullen eigenlijk omdat de geluidsversterking waaraan mijn microfoon gekoppeld was, soms ineens uitviel. Dat lag niet aan mij maar aan één of andere domme tiener die er een glaasje cola op had laten staan dat door de geluidstrillingen was omver gevallen….

 
Op de cassette hoorde ik hoe een stevige boer van ‘down under’ schreeuwde dat hij zijn tractor – van het merk ‘Massey Ferguson’, zoek het maar op – graag zag. Dat vond ik bizar en absurd. Daarom herhaalde ik het graag wanneer we het nummer repeteerden in ons repetitielokaal, eigenlijk één van de ruimere kamers rondom een braakliggend terrein dat diende als chiroheem. Grond en eigendom van de kerkfabriek dus, maar vooral een tijdelijk onderkomen voor een bende goddeloze tieners die enkel interesse hadden voor muziek en…euhm…het 17-jarig dochtertje van de bakker. Ze glimlachte immers altijd heel vriendelijk naar ons en soms knipoogde ze dan zelfs eens nadat ze in één vlotte beweging van haar hoofd haar lange bruine haren van de ene kant naar de andere gooide. Enkele jongens mochten zelfs eens onder haar jurkje kijken nadat ze zelf, kort en snel, hun piemeltje hadden getoond. Mij heeft ze echter nooit iets gevraagd, noch zag ik ooit dat ze iets liet zien dat niet mocht getoond worden…

 
Ik herinner me nog goed dat ik op diezelfde zomeravond de cassette met de muziek van Cosmic Psychos wou beluisteren in mijn slaapkamer die ik toen deelde met mijn oudere broer. Mijn moeder stormde ineens binnen om te vragen of iemand me had opgenomen. Ze vond immers dat de Australische zanger dezelfde stem had als de mijne. Ik weet nog dat haar opmerking me echt trots maakte omdat ik de Australische band echt geweldig vond. Het was dus een echt compliment. Oordeel zelf maar of het waar is of niet. Onderaan kan je het nummer immers beluisteren…

 
Tot mijn verbazing hoorde ik onlangs dat mensen opnieuw meer en meer cassettes kopen. Vreemd want de geluidskwaliteit is naar mijn bescheiden mening toch heel wat slechter dan hetgeen nu digitaal te beluisteren is. Aan de andere kant zijn Lp’s en platenspelers ook terug in hé? Mensen zijn dus rare wezens die teruggrijpen naar oude dingen, vrees ik. Mijn ongeloof blijft echter dezelfde en heeft dus weinig of niets met ‘tijd’ te maken, denk ik dan. En u?

 

 

 
Adil Fraihi

 

 

 

 

 

Close Kd

 

 

Christelijk vallen doet geen pijn

Het klopt, niet de val doet pijn maar het moment waarop je de grond raakt. Deze middag, net nadat ik me had volgepropt met ziekenhuiseten dat veel te gezond is om lekker te zijn, zette ik me eerst moeizaam recht. Vervolgens slenterde ik naar de relaxzetel en tijdens dat ‘manoeuvre’ gebeurde het. Als in een slechte film of video met slow-motion zag ik hoe eerst de kracht in mijn rechterbeen verminderde waardoor ik er langzaam doorheen zakte. Ik probeerde me eerst nog recht te trekken door hard met mijn linkerbeen tegen de grond te duwen. Daarbij sloeg ik als een gek of drenkeling om me heen, zoekend naar iets dat ik zou kunnen vastgrijpen. Ik vond echter enkel lucht en uiteindelijk pijn, benadrukt door een luide smak. Het geluid van mijn linkerschouder die tegen de grond knalde…

 
Het moet een harde dreun geweest zijn want ik zag m’n bril op de grond liggen. Nochtans zit die altijd heel stevig op mijn neus en oren. Soms storend zelfs want de bovenkant van beide oren raakt zelfs geïrriteerd omdat het zo hard knelt. Eigenlijk zou ik het al een tijdje geleden naar de winkel gebracht moeten hebben waar ik het ooit kocht, maar gemakzucht is me niet vreemd…

 
Bovendien zou ik een slechte christen geweest zijn want ook ijdelheid – de favoriete zonde van de christelijke duivel – is me niet vreemd. Zo is het een bril van een bekend merk en ik moet eerlijk bekennen dat mijn gedachten bij die val eerst uitgingen naar de bril, niet zozeer de glazen die nu wel krassen zouden kunnen hebben, maar het montuur dat wel eens beschadigd zou kunnen zijn. De impact van de val op mijn lichaam primeerde dus niet. Ik kreunde pas nadat ik zag dat er niets met de bril was. Mijn verdomde lichaam is toch al kapot, dacht ik. De pijn mocht dus pas later te horen zijn…

 
Drie verpleegsters, waaronder één best mooi is en een blonde kinesiste – die ook heel mooi is, maar waarover ik het eigenlijk beter niet zou zeggen omdat ze teveel streken heeft – renden mijn kamer in toen ze me om hulp hoorden roepen. Nadat ze me recht hielpen om me als een heilige drievuldigheid naar een stoel te escorteren en me erop te zetten, viel ik een tweede keer. Nee, ik viel niet op de grond, maar uit elkaar. Helemaal versnipperd dwarrelde ik in een mentale afgrond. Ik huilde dus. Veel te laat besefte ik dat ik dit niet mocht doen en al zeker niet in de nabijheid van mooie meisjes. Bovendien horen jongens niet te huilen. Dat heb ik ooit gehoord terwijl ik nog jong was…

 
Dat ben ik trouwens nog steeds voor de mensen op deze revalidatie-afdeling. Vooral tachtigers en enkele bejaarden die al voorbij de negentig zijn, vind je terug op deze dienst. Voor hen ben ik een ‘jonge gast’, een ‘ventje’, een ‘jongmens’ of een ‘jonge knaap’. Ik voel me als zesenveertigjarige nochtans dikwijls héél oud, versleten en zelfs maatschappelijk onnuttig of zo maar ik overdrijf wel vaker. Mijn grijze haren maken me echter enorm wijs, dat dan weer wel. Dat vind ik toch. En u?

 

 

Adil Fraihi

 

Close Kd

 

 

Blonde bovenkamer

‘Onze zoon is geslaagd’, roept de moeder van mijn kind. Ja, nu het goed is, wordt hij van ‘ons’. In de meeste andere gevallen is hij enkel van ‘mij’. Als het over alimentatie gaat bijvoorbeeld, kijk ik te weinig om naar ‘mijn’ zoon. Werd hij bekeurd omdat het lichtje van zijn fiets niet werkte, is hij ook ‘mijn’ zoon en als hij wéér een strafstudie kreeg, lijkt hij zelfs op mij! Dan is zelfs hij alléén ‘mijn’ zoon…

 
Alsof ik net zoals haar een dom blondje ben dat zich zomaar laat zwanger maken door een idioot als mij. Nochtans had ze moeten weten dat mijn appartementje niet meer was dan een zielige en totaal mislukte imitatie van Hugh Hefners Playboy-mansion waarin ik het liefst en te vaak blonde meisjes en vrouwen ontving. Altijd meerderjarig, vaak zelfs gewillig, maar zeker niet altijd mooi…

 
Terwijl ik dit schrijf moet ik om de één of andere reden denken aan een mollige blonde, die ik had leren kennen in een véél te donkere lounge-bar. Het was een oud café, dat werd omgetoverd tot hippe kroeg en stond aan de hoek van een straat, recht tegenover een begraafplaats. Vraag me niet waarom ik dat allemaal nog weet. In ieder geval, zie ik pas hoe lelijk ze echt is als we al in bed liggen. Het zijn vooral haar benen waaraan ik moet terugdenken. Die zijn veel te kort en bovendien te mager om bij de rest van haar – en ik zeg het zoals het is – ronduit dikke lijf te horen of passen. Zelfs nu nog vraag ik me af hoe ze in staat waren al dat gewicht te ondersteunen en verplaatsen. Het ergste is dat ik haar op een gegeven moment ook vlakaf vraag wat er mee scheelt. Ik moet daarbij ongetwijfeld een blik vol afgrijzen getrokken hebben want ze loopt daarop kwaad weg. Maar ik wijk af. Het is dat zoontje van me waar ik het over wil hebben en niet dat waarschijnlijk geblondeerd wicht dat werkte voor de ambassade van Slovakijke. Of was het nu Slovenië…

 
M’n ex-vriendin geeft mijn zoon door omdat ik hem wil feliciteren. Dat doe ik dan ook zonder geveinsd enthousiasme maar hoor dat hij de felicitaties maar lauwtjes ontvangt. Ook wanneer ik vraag of hij nu iets gaat drinken met z’n vrienden om zo te vieren dat ze het schooljaar beëindigen, antwoordt hij koel dat hij vanavond niet zal weggaan en gewoon thuis wat voor z’n televisietoestel gaat ‘chillen’. Hij spreekt me altijd aan als één van zijn vrienden, waarbij hij dus vaak een onverstaanbaar jeugdjargon gebruikt….

 
‘Waarom?’, vraag ik hem dan bezorgd. Ik vrees immers dat hij zich net nu wat ziekjes voelt en dat kan niet leuk zijn. Zijn antwoord verrast me. Ik dacht er niet over na dat die mogelijkheid bestond: ‘Ze zijn allemaal gebuisd, papa!’ Ik begrijp meteen de ernst van de situatie. De zeventienjarige jongen die ik nog steeds zoonTJE noem maar ondertussen een flinke tiener is, verliest een heleboel klasgenoten. Vrienden eigenlijk. En eerlijk, op die leeftijd zijn die nu net belangrijker dan z’n ouders. Hoewel ik het rot vind voor hem dat zijn vriendjes niet slaagden, ben ik tegelijkertijd toch tevreden dat hij ze minder zal zien. Het wringt dus allemaal een beetje in mijn bovenkamer of beter: ik weet even niet wat ik moet denken. En u?

 

 

Adil Fraihi

 

Close Kd

 

Hoogsensitieve robot

We zijn het weer oneens. Dat gebeurt wel vaker. Gelukkig nooit over serieuze thema’s zoals politiek, ethiek, religie en levensbeschouwing of passie. Nee, daarover zijn onze meningen meestal dezelfde. Het gaat dikwijls over details die ze – zij alleen, echt! – uitvergroot en veel te lange gesprekken over voert. Discussies eigenlijk die ze om een of andere reden wil ‘winnen’. Iedereen kent ongetwijfeld dat soort mensen. Geloof me, het is een hardnekkigheid en verbetenheid die haast mechanisch is of zo. Ze is dus niet meer dan een robot met menselijke trekken. Maar net daarom heb ik haar graag en dat zegt dan weer genoeg over mezelf…

We kijken beiden naar een reportage over de enige hippie die ik goed vind. Hij is in feite meer dan dat. Geniaal is immers juister en dat is hij niet omdat hij een gitaar bespeelde zoals je een clitoris moet beroeren, maar omdat een gitaar eigenlijk deel uitmaakte van zijn lichaam, er enorm veel mooie muziek mee speelde en zelfs componeerde, en daarmee mezelf en veel anderen gelukkig mee heeft gemaakt. Dat laatste doet hij na zijn dood trouwens nog steeds. Juist, ik heb het over Jimi Hendrix…

Omdat ik dringend moet gaan plassen, probeer ik recht te staan om zo het aangename plekje op mijn lederen sofa naast haar te verlaten en naar de badkamer te gaan. Om één of andere reden lukt het mijn door MS geteisterde lichaam echter niet onmiddellijk. Na wat moeite sta ik uiteindelijk wankel op mijn benen. Stuntelig en als een pasgeboren veulen, slenter ik naar de badkamer waar ik op de wc-bril plof nadat ik mijn broek en ondergoed tot op m’n enkels schuif. Daar stort ik ineen. Mentaal weliswaar. Ik huil me te pletter en besef snel dat ik me moet herpakken omdat ik niet wil dat iemand me zo ziet. Mijn ijdelheid overwint nu eenmaal elke emotie waardoor ik de tranen in mijn ogen en op mijn wangen wegveeg, me aankleed en terug naar de woonkamer slenter waar ik naast mijn (bizarre) vriendin ga zitten…

Ze geeft me ineens en totaal onverwacht een stevige knuffel en fluistert haast zwoel in m’n linkeroor: ‘Je hebt zitten huilen, dat hoeft ni hoor.’. Ik antwoord snel en zonder erbij na te denken dat ik gewoon een mietje ben. Om één of andere reden excuseer ik me daarbij. Stom eigenlijk, maar ook dat ben ik soms. Eerder uitzonderlijk eigenlijk…

Eerst duw ik haar onhandig weg omdat ik enerzijds best wel waardeer dat ze me omarmt bij het zien dat ik het even moeilijk had bij het ervaren van mijn lichaam dat simpelweg niet meer doet wat ik wil maar daar niet emotioneel over wil doen. Anderzijds doet ze me eerlijk gezegd wat pijn. De verrassende en plotse omhelzing liet me niet toe me eerst goed te zetten. Mijn rechterarm en dan vooral mijn rechterpols lijkt gekneld tussen mijn onderrug en de zetel. Ik leer dat medeleven pijn kan doen…

Misschien wordt ze daardoor boos. Dat denk ik toch want ik kan geen enkele andere reden bedenken. In ieder geval schreeuwt ze dat ik geen mietje ben. ‘Een macho kan geen mietje zijn en jij bent een macho!’, roept ze dan en ze scandeert vervolgens ‘MA-CHO!! Adil is een ma-cho en geen mie-tje, maar ma-cho!!’. Een akelige stilte volgt op hetgeen lijkt op een verwijt…

Hoewel ik inmiddels beter weet en beter niet zou ingaan op wat ze me naar het hoofd slingert, trek ik verbazend mijn wenkbrauwen omhoog en zeg ik in tegenstelling tot haar, heel rustig: ‘En wat ben ik dan wel?’. Ik voeg er zelfverzekerd aan toe dat alleen mietjes huilen. Echte mannen doen dat volgens mij nooit. En dan barst de bom los die veel te lang duurt en die ik zover als mogelijk van me wil houden. Ze legt immers uit dat ik hoogsensitief zou zijn, dit zelf al lang zou moeten geweten hebben, enzovoort en vooral blablabla want eerlijk gezegd luister ik na enkele minuten niet meer terwijl ik de indruk heb dat ze nog uren verder raast en ratelt over hoe hoogsensitief ik dan wel zou zijn…

Om af te sluiten misschien nog even iets over Jimi Hendrix. Deze aartslelijke man had véél vriendinnetjes en straalde volgens velen toch pure seks uit waarvoor veel meisjes en waarschijnlijk ook jongens vielen. Dat was naar het schijnt niet alleen omdat hij een bekende zanger en muzikant was, maar vooral omdat hij enorm zelfzeker was of zo toch overkwam. Ik daarentegen, ben helemaal niet zelfzeker. Ik ben een hoogsensitief mietje met multiple sclerose. En u?

Adil Fraihi

Close Kd

Bakoenins euthanasie

Soms moet je iets volledig kapot maken en vernietigen om iets nieuw en misschien wel beter te kunnen starten. Daar zijn genoeg voorbeelden van in het dagelijks leven. Huizen en andere gebouwen die worden plat gegooid om er iets heel mooi in de plaats te zetten bijvoorbeeld. Ook mijn tuintje heb ik volledig moeten laten omwoelen om er dan enkele fruitboompjes op of in te laten planten. ‘Laten’ omdat ik enerzijds een rotziekte heb die me belemmert zo iets zelf te doen en anderzijds omdat ik gewoon extreem lui ben. Bovendien zou ik niet weten hoe of waar beginnen. Gemakzucht en domheid gaan wel vaker samen…

Het feit dat ik als kind al vaak over anarchie en anarchisme las, heeft daar dus niets mee te maken. Was het trouwens de peetvader van deze denkstroming, Michail Bakoenin, zelf niet die ooit zei dat ‘de passie voor vernietiging kan leiden tot creatieve passies’? Als overtuigd anarchist zou ik daar zelf ook wel opgekomen zijn, denk ik. Zover reikt mijn pretentie wel. Bakoenins meesterwerken, waarvan ‘God en de Staat’ ongetwijfeld het beste is, waren en zijn dus meer een bevestiging dan een leidraad. Ik ben met andere woorden een pretentieuze, passionele man. Maar ook dat wist ik eigenlijk al…

Maar – en er is altijd een ‘maar’ – de laatste maanden heeft deze ‘passie voor vernietiging’ ervoor gezorgd dat ik mezelf dood wou om opnieuw te kunnen beginnen. Ik ben mijn door ziekte geteisterd en aftakelend lichaam immers meer dan beu. Een onbegonnen zaak, leer ik pas na lang denken. De dood is immers een onomkeerbare situatie of zo. Definitief dus…

Het houdt me nachten wakker. Het doet me vaak uit pure frustratie huilen en ik krijg er dikwijls ongecontroleerde woede-uitbarstingen door. Gelukkig gebeuren deze dingen bijna altijd als ik alleen ben, voor me staar terwijl ik vanuit de living naar mijn tuintje kijk met een heet kopje koffie of gewoon wanneer ik wat ijsthee drink en ronduit niets doe. Ik huil mezelf bovendien dikwijls in slaap in de hoop nooit meer wakker te worden omdat teveel denken me uitput en pijnigt. Slechts uitzonderlijk ziet of hoort iemand anders me. Eenzaamheid heeft zo zijn voordelen…

Op een gegeven ogenblik en na enkele emotionele gesprekken met naasten en vrienden, besef ik uiteindelijk dat ik die persoonlijke passie voor (zelf)vernietiging kan ombuigen in iets positief. Door een actieve euthanasie-aanvraag kan ik immers gerust volop leven en lachen door het wegvegen van die negatieve gedachten. Door hierdoor alles te kunnen afsluiten op een wettelijke en menselijke manier kan ik immers een nieuw leven beginnen, weliswaar met mijn oude gedachten. Ik besluit weer de vorm aan te nemen van een buitengewoon en bijzonder sociaal wezen. Bij deze zijn sommigen gewaarschuwd! Op 30 maart 2018 dien ik dan ook zo’n euthanasie-aanvraag in. Het is wellicht een datum die ook ik uiteindelijk zal vergeten…

Om af te sluiten misschien nog even dit: in mijn tuintje staan nu boompjes waarvan 3 zouden moeten zorgen voor lekkere kersjes. Deze morgen zie ik tot mijn (aangename) verbazing en verrassing dat één van die nog kleine en jonge boompjes bloeit. Bloesemtochten op mijn kleine landgoed, zitten er nog niet in en zullen er waarschijnlijk ook nooit zijn. Maar het is toch nieuw leven dat me best gelukkig maakt! En u?

 

Adil Fraihi

 

Close Kd