Voor de familie Nys/Schelfout…

Ik leerde Nicole kennen toen ik amper drie of vier was. Het moet dus midden jaren 70 van de vorige eeuw geweest zijn. Waarschijnlijk tijdens de zomer. Dat vermoed ik omdat het op het speelpleintje van ‘den Tijpel’ was waar ze zich toen als vrijwilliger ontfermde over kleine kinderen wiens ouders moesten gaan werken. Hoewel ik besef dat het moeilijk te geloven is, deden mijn ouders dat toen ook. Zo werkte mijn vader toen voor de groendienst van onze gemeente maar ik denk dat hij door een gebrek aan taalkennis moet gedacht hebben dat werken impliceert dat je vaak en veel alcohol moet drinken…

In die periode zag ik haar ook afspreken met een jongen die ik niet kende maar die wel altijd naar me lachte. Wanneer ik op het einde van de dag naar huis vertrok, zag ik hem soms nog net het speelpleintje oprijden met z’n fiets. Omdat ik niet wist wat die vriendelijke jongen altijd kwam doen, besloot ik een keertje niet onmiddellijk naar huis te gaan. Nee, ik schuilde achter een struikje dat ook wel een haag had kunnen geweest zijn. Eerlijk gezegd weet ik dat niet meer…

Vanop een afstand zag ik in ieder geval hoe de vriendelijke jongen van zijn fiets sprong. De fiets viel dus op het gras en de jongen liep naar Nicole die hem iets verderop al lachend en met (letterlijk) open armen stond op te wachten. Wat volgde was een lange kus die niet leek te stoppen. Als kleine jongen voelde ik me wat raar, draaide ik me om en liep razendsnel naar huis, een vijftigtal meter van het speelpleintje…

Wel, zowel Nicole als die vriendelijke jongen die eigenlijk Joris heet en waarmee ze ondertussen getrouwd is en kinderen heeft, waren hier gisteren. Het is altijd leuk om hen terug te zien maar in deze vreemde en bizarre tijden waarin we oorlog voeren tegen een onzichtbaar virus, hebben we elkaar vanop een afstand gesproken en dus zelfs niet begroet. Nicole kwam een wasmand halen, ze nam wat kleren mee die ze voor me wil strijken…

Hoewel ik ondertussen veel ouder ben en we helemaal niet hetzelfde denken, was Nicole een zeer belangrijke schakel in mijn leven. Blijkbaar is ze dat nog steeds hoewel ik natuurlijk nooit meer met haar naar een middernachtmis zou gaan omdat zij nog steeds erg katholiek is en ik niet natuurlijk….

Haar man Joris heeft echter ook voor leuke herinneringen gezorgd. Zo weet ik nog héél goed dat hij me liet rijden met een tractor waarvan ik de rem niet vond en waarop hij moest springen om het zelf maar te doen stoppen. Of die ene keer waarop we met diezelfde tractor naar een veld reden met bieten of rapen. Ja, rapen, geen bieten! Iedereen sprong over een – diep, bleek achteraf – grachtje tussen de weg en het veld en ikke…euhm…ik was toen al een hele rare jongen want ik viel natuurlijk in het ijskoude water. Joris ‘redde’ me toen. Nicole maakte me vervolgens als een echte moeder droog, kleedde me uit en terug aan met droge kleren. De knuffel achteraf zal ik ook nooit vergeten…

Die omhelzing had ik toen als kind echt nodig. Mijn grootvader was toen immers net gestorven en mijn ouders moesten halsoverkop naar zijn begrafenis in Marokko. Mijn oudere broer en ik mochten bij Nicole en Joris logeren. Ze woonden toen nog niet op een boerderij maar huurden een huisje van de graaf. Niet zo ver van het appartementje waarin ik nu woon…

Zoals altijd bracht Nicole gisteren iets mee. Ze verrast me wel vaker. Ook als ik in het ziekenhuis lig of zo. Gisteren zette ze een papieren zakje op mijn tafel omdat ze afstand wou houden en niet te dicht bij me wou komen staan (social distancing!). Al lachend zei ze me dat ze me een klein overlevingspakket bracht. Eigenlijk wist ik meteen dat het chocola zou zijn en wanneer ik wat later ging kijken, bleek mijn vermoeden te kloppen. Een zak vol chocola!

Het speelpleintje waar ik Nicole en Joris ooit leerde kennen, bestaat niet meer. Het is ondertussen een hele woonwijk geworden. De liefde voor Nicole (en ook Joris natuurlijk) is er echter nog wel en die zal er altijd zijn…

Adil Fraihi

Overlevingspakket dat ik van Nicole kreeg:
survival kit
ADILMojo1bis