De bekendste schipbreukeling is een creatie van de Engelse schrijver Daniel Defoe. Juist, ik heb het natuurlijk over Robinson Crusoe. Dat is het hoofdpersonage in een roman met een verhaal dat iedereen kent, verschillende keren werd verfilmd en dus niet alleen veel gelezen werd maar ook vaak bekeken is geweest. Robinson Crusoe is dus fictief, hij heeft nooit echt bestaan en toch zijn er punten die ik (her)ken of die iets met mij te maken hebben. Ik besef dat er waarschijnlijk wel flauwe grapjassen zullen zijn die meteen een link zullen leggen met zijn bekende metgezel Vrijdag. Die heeft er echter NIETS mee te maken. Ik geef toe, het is soms ver gezocht maar probeer me toch te volgen en begrijpen. Het is weer één van die triangulaire gedachten van me die ik gemakkelijkheidshalve zal nummeren van één tot drie. Verbind de cijfers en je krijgt natuurlijk een scherpe, (soms) pijnlijke driehoek zoals de figuren die in mijn hoofd tussen mijn hersenen drijven of zweven…

 

Robinson Crusoe heeft in de 17e eeuw verschillende zeereizen gemaakt. Dit deed hij onder andere als slavenhandelaar maar het komt er eigenlijk op neer dat hij Engeland verliet omdat hij het daar zowat ‘gezien had’. Hij verveelde zich dus en zocht avontuur omdat hij ter plaatse niet vond wat hij zocht. Escapisme (1) eigenlijk ook wel en dat is me natuurlijk niet vreemd. Zoals Robinson Crusoe dacht ik ook wel eens dat mijn ouders verkeerd waren en deed ik daarom (vaak onterecht) het tegenovergestelde. De ouders van Crusoe wouden dat hij een opleiding rechten zou volgen waarop hij koos om vanuit de havenstad Hull in Engeland, naar Afrika te reizen…

 

Héél herkenbaar allemaal want toen mijn ouders me vroegen een universitaire opleiding te zoeken en volgen, begon ik dan weer aan een baan als consulair bediende in het Consulaat van Marokko in Antwerpen. Weinig mensen weten dit maar ik heb daar 4 jaar gewerkt. Het is dus mijn eerste serieuze job…

 

In deze periode reis ik met mijn moeder naar Rabat in Marokko omdat ik er wat moet regelen bij mijn werkgever. Dat is dan natuurlijk het Marokkaans ministerie van Buitenlandse Zaken. De zetel van deze overheidsorganisatie is een enorm groot en indrukwekkend gebouw in een mooie wijk met grote, brede lanen waar verschillende ambassades en consulaten zijn. De Amerikaanse ambassade staat er ook. Ik heb me ooit laten wijsmaken dat het de grootste Amerikaanse ambassade is in Afrika. Hoewel ik het toen geloofde weet ik niet of het waar is…

 

De ambassades, consulaten en het ministerie van Buitenlandse Zaken staan op de linkeroever van de rivier Bouregreg die wat verder uitmondt in de Atlantische Oceaan. Het personeel van de Amerikaanse ambassade moet dus een uitzonderlijk mooi zicht hebben op de rivier, de zee én de stad Salé (2) op de rechteroever van de river. De oude stad Salé is niet alleen de plaats waar mijn moeder is grootgebracht. Het schip van Robinson Crusoe is door beruchte Salé-piraten gekaapt. Volgens het verhaal van Defoe dus hé, niet echt…

 

Mijn moeder woonde toen in een huis dat net aan het begin van de joodse wijk stond. Elke zichzelf respecterende stad in Marokko had/heeft een joodse wijk. Het wordt Mellah genoemd. En is altijd ommuurd omwille van veiligheidsredenen. De toegang tot de Mellah was een grote poort. Bab (= poort). Wel, mijn moeder woonde op een paar meter van Bab Mellah van Salé, dus de poort naar de joodse wijk van Salé…

 

Mellah, die joodse wijk dus, is afgeleid van het Arabische ‘mallah’, wat ZOUT betekent. Het verwijst naar de zoutontginning waarmee vooral joodse mannen zich bezighielden maar ook naar loon. Ja, iedereen kent het woord salaris dat van salé of zout komt. Mijn moeder is dus vooral een zoute vrouw. Dubbel zout eigenlijk want ze komt immers uit de joodse wijk Mellah (zout) van Salé (nog eens zout)…

 

In 2003 heb ik die stad nog eens bezocht. Ik had er immers even een vriendinnetje met lichtbruine haren. Meer mensen in Salé hebben een lichte huid, haren en ogen. Dat heeft te maken met de grote aanwezigheid van mensen die afstammen van Andalusische moslims en joden die Spanje ontvluchtten toen de Spaanse inquisitie dreigde hen uit te roeien…

 

Het was tijdens een (persoonlijke) woelige periode waarin ik besloot om in mijn eentje naar Marokko te reizen. Escapisme (1), weet je nog? Ik ging me er in Rabat onderdompelen in een taalbad. Gedurende 4 weken kreeg ik er (intensief) Klassiek-Arabisch in een instelling die verbonden is aan verschillende Amerikaanse universiteiten. Dit, in een 18e of 19e eeuwse Riad in de oude wijk van Rabat. Een Riad is een traditioneel Marokkaans huis met atrium of met een binnentuin. Neem het van mij aan dat het bijzonder vreemd is wanneer je ineens in de gang van een huis vogels boven je ziet vliegen!! Het waren zwaluwen (3), denk ik. Nee, dat weet ik zeker…

 

Over de stad Salé in Marokko kan en ga ik zelfs nog véél vertellen. Maar niet nu. Ik vrees immers dat mijn blog dan te chaotisch zou worden. Niet iedereen zal immers begrijpen dat ik zo’n vreemde, soms pijnlijke maar vaak meer dan aangename driehoeken in mijn hoofd heb. Ze weven er doelloos rond en worden bovendien door mezelf gemaakt. Mijn eigen gedachten zorgen voor verbanden en linken die uiteindelijk mijn eigen hersenen doorprikken. Soms doet dat pijn. Meestal geeft het echter een leuk gevoel. Ik heb ze dus wel graag, die driehoeken. En u?

 

 

 

Adil Fraihi

 

ADILMojo1bis

Bab Mellah lakdim, de oude poort van de joodse wijk in Salé

bab mellah llakdim

 

Mijn moeder, haar broers en zussen en natuurlijk haar vader die barbier was. Mijn jongste broer lijkt trouwens als twee druppels water op hem:

fam ben dahman oud