Quis custodiet ipsos custodes? Ofwel: wie bewaakt er de bewakers zelf en door wie of wat worden de wekkers dan wel gewekt? Het is een vraag die ik mezelf vanmorgen stel. Een rotte mug maakt me vanmorgen immers veel te vroeg wakker want het is nog maar 4u en buiten nog donker…

Ik trek het deken over m’n hoofd om van het onaangenaam gezoem van het klein maar venijnig beestje af te geraken en enkele seconden later vast te stellen of op z’n minst toch de indruk te hebben dat het diertje dan ineens onder m’n lakens zit. Niet alleen is het naar mijn bescheiden mening veel te vroeg om zoiets te moeten horen en bestrijden, maar blijft de brutale en ronduit onbeschofte mug me aanvallen. Op een gegeven moment doet ze niet anders dan keer op keer m’n linkeroor te bestoken en zwaai ik wild met m’n armen en handen vergeefs boven m’n hoofd. Ze wil m’n bloed, ik moet enorm zoet zijn want ze geeft het niet op…

Hoe het franke, gevleugelde en lelijke insect m’n kamer is binnengedrongen en vooral waarom het zo hatelijk doet wanneer ik eigenlijk nog wil slapen, heeft eigenlijk logischerwijze met niets anders te maken dan de drang om te overleven en voort te planten. Toch heb ik genoeg tijd om een andere reden te zoeken en ook uiteindelijk te vinden. Over domme dingen denken is immers het enige wat ik kan doen als ik zo vroeg en ongewenst wakker word gemaakt…

Het kleine, luide en vervelende mormel moet immers zelf wakker geworden zijn met een vreemde en onweerstaanbare drang om vermoord te worden, dat is mijn conclusie. Muggen hebben dus maar één enkel doel in hun pietluttig leven en dat is zelfmoord plegen. De hele tijd probeer ik haar immers als een bezetene dood te slaan en dat moet ze ook wel voelen want op een geven ogenblik raak ik haar immers aan wanneer ik haar wegsla omdat ze m’n linkeroor weer aanvalt. Maar het lukt me niet haar voorgoed weg te jagen want telkens komt ze terug…

Daarom doe ik het licht aan en sta ik recht. Als een wild jachtdier dat z’n prooi besluipt sta ik geduldig enkele minuten stil terwijl ik naar de witte muren van m’n slaapkamer staar tot….ik de mug opmerk op de balk boven m’n blauwe gordijnen. Ik wil niet dat ze opschrikt en wegvliegt en strek me daarom geruisloos naar een paarse zakdoek op m’n nachtkastje. In één snelle ruk lukt het me om het doekje vast te nemen en met een katachtige sprong de roerloze mug ermee een dodelijke klap toe te brengen of zo. ‘Of zo’ omdat ik eerst niet weet of het me daadwerkelijk is gelukt. Een zwarte plek op de blanke muur bevestigt echter al snel dat ik in m’n opzet geslaagd ben…

Op de paarse zakdoek die ik gebruik als moordwapen staat trouwens in witte letters: ‘zeg niet te gauw, het is weer een vrouw’. Nochtans heb ik ooit gehoord dat het de vrouwtjes zijn die bij steekmuggen het bloed willen opzuigen bij mensen en andere, grotere dieren. Ik ga er dan ook vanuit dat dit een vrouwelijk exemplaar moet geweest zijn. Vampiristische en dan vooral bloedzuigende eigenschappen kunnen naar mijn bescheiden mening immers enkel toegeschreven worden aan wezens die een ander geslacht hebben dan het mijne. Ook daar ben ik bijna zeker van! Daarom zeg ik gauw en geïrritteerd: ’t is wéér een vrouw!! En u?

Adil Fraihi

TOSHIBA - WIN_20150326_200933

Advertenties