Ik had het nooit verwacht, noch was ik er enigszins op voorbereid of zo. Ze was immers al heel lang mijn vriendin, al enkele jaren zelfs. We zagen elkaar nooit anders en al zeker niet op een seksuele manier. We praatten en lachten wel veel. Niet alleen deed ik nooit de moeite haar te zoenen, maar gaf ze ook nooit de indruk dat ze dit verwachtte. Ze leek bovendien een fatsoenlijk en onschuldig meisje dat niet tot zo’n brutale daad in staat was…

Het zou trouwens best kunnen dat ze al lang plannen smeedde om het te doen. Nee, ik ben er eigenlijk meer dan zeker van dat ze gedurende geruime tijd heimelijk naar een manier zocht om te slagen in haar opzet, een weloverwogen en tot in de details uitgekiemde, brutale diefstal…

Ik zie voor me hoe ze ’s nachts wakker ligt op haar bed, voor zich uit staart en verschillende scenario’s bedenkt. Eigenlijk ligt ze dan op haar buik. Dat weet ik omdat ze dat ooit tegen me zei en dus niet omdat we ooit al samen in bed lagen of zo. Ze staart dus niet voor zich, maar eerder opzij. Tenzij ze op de rand van haar bed zou zitten en heel lang roerloos voor zich kijkt, natuurlijk. Ook dat zie ik haar immers wel doen…

Haar geduld is bovendien geen geheim voor me. Al plagend verweet ze me al meermaals impulsief te zijn en dat zou volgens haar dan weer een teken van zwakte zijn. Het is een eigenschap die zij niet heeft. Eerder integendeel dus want ze is mentaal wel heel sterk. Lichamelijk ook wel, maar da’s dan weer een heel ander verhaal…

Nee, ik werd waarschijnlijk even afgeleid door iets of iemand, keek om en voelde te laat hoe ze haar kans greep en abrupt m’n hart stal. Ze rukte het zonder aarzelen, in één beweging uit m’n borstkas en vertelde me dat ze het ‘noooooooit’ zal teruggeven omdat het teveel voor haar zou betekenen. Mijn hart zou voortaan immers ook voor haar kloppen. Dat beweerde ze tenminste en ik geloofde haar wel. Ik twijfelde nochtans lang, maar dat heeft te maken met het gebrek aan zelfvertrouwen waar ik mee te maken heb…

Hoewel het aanvankelijk best pijnlijk was, heb ik me maar héél even verzet. Ik gaf immers na enkele seconden al toe aan de gewelddadige en onverwachte ontvreemding van mijn hart. Dat deed ik door eerst verbaasd in haar ogen te kijken, vragend ‘waarom deed je dat?’ te fluisteren en haar dan op de mond te kussen. De kus leek wel een eeuwigheid te duren. Het was zalig…

Enerzijds bewijst het dat ik echt wel een hart had en dus menselijk was en anderzijds moest ze echt wel iets voor me voelen. Ze zou het anders nooit gedaan hebben. In geen geval kan het stelen van iemands hart te maken hebben met dwangmatige kleptomanie of zo. Nee, ik ken haar echt wel, ze deed het nadat ze er lang over had nagedacht. Met voorbedachten rade dus…

Hoewel ik het een tijdje prettig en aangenaam vond omdat ik verliefd op haar werd, weet ik nu dat iemands hart stelen een zware misdaad is. Het is gewoon crimineel, meer kan ik er echt niet op zeggen! Je hart verliezen houdt immers meer in dan het verlies van de motor van je lichaam, het ding dat alles draaiende houdt. Nee, je verliest ook je rede en laat dat nu net het enige zijn waarin ik nog geloofde…

Ze zou dus eigenlijk voor een liefdesrechter moeten verschijnen want mijn leven was voortaan verweven met dat van haar. Iedereen wist nochtans dat ik eigenlijk best tevreden was alleen. Bovendien vond ik vrijheid meer dan belangrijk en ik was zelfs geschokt wanneer ik merkte dat ik niet meer de vrije vogel was die ik kort geleden nog was. Ik dacht immers voortdurend aan dat langharig, blond en athletisch gebouwde meisje dat erin slaagde m’n hart te stelen…

Meer nog, ik dacht niet alleen constant aan haar, maar zag haar ook overal. Bovendien rook ik haar aanwezigheid voortdurend op m’n lijf en in m’n kleren. Ook wanneer ik me douchte en me hevig schrobde, bleef haar aangename geur m’n neus prikkelen. Ik geraakte het echt niet kwijt. Bovendien proefde ik haar wanneer ze niet in m’n buurt was en ik gewoon slikte, at, dronk of mijn tong over m’n lippen liet glijden…

En daardoor werd ik droevig. Ik huilde niet echt, maar zij zag dat m’n ogen vochtiger werden dan gewoonlijk. Waarschijnlijk werden ze ook wat rood, maar dat weet ik niet echt. Ik stond niet voor een spiegel of zag op geen enkele andere manier één of andere weerkaatsing. Toen ze herhaaldelijk vroeg wat er scheelde, haalde ik m’n neus op alsof ik verkouden was en zei smekend: ‘Geef aub mijn hart terug! Ik kan niet meer zonder.’…

Tot m’n verbazing, keek ze me in de ogen en voelde ik hoe ze m’n hart tussen mijn ribben duwde en perste. Wanneer ik het terug voelde kloppen, wist ik dat ook mijn rede zich uiteindelijk wel zou herstellen. Dolblij veerde ik dan recht, riep nog: ‘Bedankt hoor!’ en stapte vervolgens naar m’n auto. De lach op m’n gezicht wees op mijn teruggewonnen geluk. Ik zag de hartstochtelijke dievegge trouwens nooit meer. En u?

Adil Fraihi

DCIM100MEDIA

Advertenties