Het klopt, niet de val doet pijn maar het moment waarop je de grond raakt. Deze middag, net nadat ik me had volgepropt met ziekenhuiseten dat veel te gezond is om lekker te zijn, zette ik me eerst moeizaam recht. Vervolgens slenterde ik naar de relaxzetel en tijdens dat ‘manoeuvre’ gebeurde het. Als in een slechte film of video met slow-motion zag ik hoe eerst de kracht in mijn rechterbeen verminderde waardoor ik er langzaam doorheen zakte. Ik probeerde me eerst nog recht te trekken door hard met mijn linkerbeen tegen de grond te duwen. Daarbij sloeg ik als een gek of drenkeling om me heen, zoekend naar iets dat ik zou kunnen vastgrijpen. Ik vond echter enkel lucht en uiteindelijk pijn, benadrukt door een luide smak. Het geluid van mijn linkerschouder die tegen de grond knalde…

 
Het moet een harde dreun geweest zijn want ik zag m’n bril op de grond liggen. Nochtans zit die altijd heel stevig op mijn neus en oren. Soms storend zelfs want de bovenkant van beide oren raakt zelfs geïrriteerd omdat het zo hard knelt. Eigenlijk zou ik het al een tijdje geleden naar de winkel gebracht moeten hebben waar ik het ooit kocht, maar gemakzucht is me niet vreemd…

 
Bovendien zou ik een slechte christen geweest zijn want ook ijdelheid – de favoriete zonde van de christelijke duivel – is me niet vreemd. Zo is het een bril van een bekend merk en ik moet eerlijk bekennen dat mijn gedachten bij die val eerst uitgingen naar de bril, niet zozeer de glazen die nu wel krassen zouden kunnen hebben, maar het montuur dat wel eens beschadigd zou kunnen zijn. De impact van de val op mijn lichaam primeerde dus niet. Ik kreunde pas nadat ik zag dat er niets met de bril was. Mijn verdomde lichaam is toch al kapot, dacht ik. De pijn mocht dus pas later te horen zijn…

 
Drie verpleegsters, waaronder één best mooi is en een blonde kinesiste – die ook heel mooi is, maar waarover ik het eigenlijk beter niet zou zeggen omdat ze teveel streken heeft – renden mijn kamer in toen ze me om hulp hoorden roepen. Nadat ze me recht hielpen om me als een heilige drievuldigheid naar een stoel te escorteren en me erop te zetten, viel ik een tweede keer. Nee, ik viel niet op de grond, maar uit elkaar. Helemaal versnipperd dwarrelde ik in een mentale afgrond. Ik huilde dus. Veel te laat besefte ik dat ik dit niet mocht doen en al zeker niet in de nabijheid van mooie meisjes. Bovendien horen jongens niet te huilen. Dat heb ik ooit gehoord terwijl ik nog jong was…

 
Dat ben ik trouwens nog steeds voor de mensen op deze revalidatie-afdeling. Vooral tachtigers en enkele bejaarden die al voorbij de negentig zijn, vind je terug op deze dienst. Voor hen ben ik een ‘jonge gast’, een ‘ventje’, een ‘jongmens’ of een ‘jonge knaap’. Ik voel me als zesenveertigjarige nochtans dikwijls héél oud, versleten en zelfs maatschappelijk onnuttig of zo maar ik overdrijf wel vaker. Mijn grijze haren maken me echter enorm wijs, dat dan weer wel. Dat vind ik toch. En u?

 

 

Adil Fraihi

 

Close Kd