Tags

Net een voortreffelijk, feestelijk en meer dan bijzonder weekend achter de rug. Een goede vriend beloofde enkele maanden geleden op mijn verjaardagsfeestje dat hij een boottocht zou organiseren. Het zou een speciaal verjaardagsgeschenk zijn waarbij hij enkele vrienden betrok alsook mijn oudere broer. Om hem – en eigenlijk ook hen – te bedanken had ik in mijn hoofd een korte speech voorbereid. We gingen onderweg immers aanleggen in Gent om er iets te eten. Eens we er waren gooide mijn MS echter roet in het eten (bijna letterlijk dus!). Ineens sloeg een enorm uitputtende vermoeidheid toe, kon ik niet meer fatsoenlijk praten en overdonderde de luide muziek in het eethuis me. Daarom kon ik me dus verbaal niet uitdrukken en hoop ik dat via deze blog recht te zetten. Deze draag ik dus op aan Fret! Het is een fictieve naam. De persoon achter het pseudoniem weet gelukkig beter…

Eerst en vooral lijkt het me meer dan logisch dat ik Fret enorm wil bedanken. Het voorstel dat hij op mijn verjaardagsfeestje lanceerde om met enkele vrienden een boottocht te maken was gewoon super. Hoewel hij me verbaasde toen hij totaal onverwacht met dit idee kwam opdraven, wist ik toen eigenlijk al dat alle plannen die hij smeedt telkens weer de moeite zijn. Fret is gewoon meer dan uitzonderlijk. Hij is bijgevolg meer dan een vriend voor me…

Nog even kort iets over de boottocht: er zouden geen vrouwen welkom zijn op de boot zolang we niet ergens aanmeerden. We hebben ons aan deze voorwaarde gehouden. Er werd ondanks het aseksuele karakter van de plezierreis veel gelachen, gedronken, gegeten en door sommigen zelfs gesnurkt, maar dat is een ander verhaal…

Varen doe ik bijna nooit. Ik heb een Marokkaanse achtergrond en dat heeft daar wellicht veel mee te maken. Hoewel Marokko omringd wordt door enerzijds de Middellandse Zee en anderzijds de grote Atlantische Oceaan, zijn de meeste Marokkanen niet echt te vinden voor water. Meer nog, het zijn woestijnratten die liever niet in aanraking komen met water, tenzij ze echt dorst hebben natuurlijk. Wassen doen we dus zelden. Slechts één keer per maand of zo. Ik heb me wel laten vertellen dat sommige vrouwen dit toch een paar keer per maand doen. Schandalig eigenlijk…

Ik herinner me daarom ook de laatste keer dat ik op een boot zat. Dat was in de zomer van 2000 op de Middellandse Zee ter hoogte van Palavas-les-flots in het zuiden van Frankrijk. Ik was toen immers met mijn zwangere vriendin naar Montpellier gereisd en daarvoor gebruikte ik de auto van mijn broer. Nadat ik die wagen naast enkele andere wagens parkeerde, ging ik me in een hotelletje eerst douchen waarna we uitgebreid aten en vervolgens in bed doken. Om te slapen want ik was na de lange rit best moe…

Met luid gebonk op de deur en hysterisch geroep door personeel van het hotel werd ik echter gewekt. Er zou een brand zijn! Ik begreep het niet meteen maar iemand vertelde me paniekerig dat er wagens op de parkeerplaats in brand stonden. Toen ik naar het balkon liep, zag ik hoe enkele vlammen uit de zijraampjes van mijn auto sloegen. De hele auto brandde volledig uit terwijl ik niets anders kon doen dan ernaar staren en kijken hoe brandweerlui een vijftal wagens blusten. De mijne – of beter die van mijn broer – was die in het midden…

Al snel was er sprake van kwaad opzet. Een politieagent raadde me aan toch terug in bed te kruipen en de volgende ochtend naar het politiekantoor te komen voor een verklaring en documenten voor de verzekering. Iedereen zal wel begrijpen dat ik wel terug naar m’n kamer ging maar er van slapen of andere leuke activiteiten geen sprake was. Er raasden alleen maar vragen door mijn hoofd: waarom ik? Waarom nu? Waarom hier? Waarom?
Een taxichauffeur bracht ons de volgende morgen naar het commissariaat. Samen met mijn zwangere vriendin stapte ik het grote gebouw binnen. Twee vriendelijke, vrouwelijke agenten verwelkomden ons met een grote lach en spierwitte tanden. Het viel me trouwens vrijwel meteen op dat de mooiste agenten ter wereld zich allemaal hadden verzameld in dit complex dat er aan de buitenkant heel oud en ‘statig’ uitzag, maar binnen heel modern was. Echt, zowel de mannelijke als vrouwelijke ordehandhavers leken door een modellenbureau gecast te zijn. Helemaal anders dan hetgeen ik bij ons in België gewoon was, maar dat kan ook liggen aan het feit dat ik toen zo weinig had geslapen natuurlijk…

Eén van de knappe, geuniformeerde receptionisten, bracht ons naar een kamertje op de eerste verdieping. Het was een kale ruimte met twee stoelen aan een houten bureau waarachter een lederen stoel stond. In mijn hoofd was dit een verhoorkamer waar moordenaars en verkrachters werden ondervraagd. Ik zou wel eens gelijk kunnen gehad hebben…

Een tiental minuten nadat we ons hadden neergezet kwam er iemand binnen die m’n mond deed openvallen omdat ik echt nog nooit zo’n mooie verschijning had gezien. Mensen die me kennen weten dat ik een bijzondere voorkeur heb voor vrouwen in eender welk uniform, maar geloof me, deze vijfentwintigjarige roodharige agente was ‘something else’. Ze stapte kordaat binnen, reikte haar hand uit, begroette ons hartelijk en stelde zich voor als Nathalie (of was het Isabelle of Véronique?). Vervolgens draaide ze zich om en ging ze op de lederen bureaustoel zitten. Ik smolt…

Ik kon amper verstaan hoe ze uitlegde dat er een schuldige werd gearresteerd. Een vandaal zou toegegeven hebben een brandende fles in een voertuig te hebben gegooid. Door de strakke wind zouden de vlammen telkens weer overgeslagen zijn op de auto ernaast. Ze las vervolgens luidop voor van het politieverslag: ‘een wagen met Belgische nummerplaat vatte als derde auto vuur en brandde op korte tijd volledig uit.’ Ik moet eerlijk bekennen dat ik daarna niet echt meer luisterde maar enkel nog keek naar haar gave huid, de licht opgemaakte wimpers, de smaragdgroene ogen, haar uitnodigende lippen, fijne vingers,…

Alsof het ongeboren kind in de buik van mijn zwangere vriendin me toen al begreep, gebeurde er vervolgens iets merkwaardig. Iedereen weet wel dat zwangere vrouwen vaak en ineens moeten gaan plassen. Het babietje zou tegen hun blaas drukken of zo. Welnu, de moeder van hetgeen later mijn enige kind zou worden, had dat dan dus ook. Ze vroeg de agente waar het wc was, excuseerde zich, stond op en verliet de vermoedelijke verhoorkamer. Net op dat moment verscheen natuurlijk de charmeur in me. Noem hem maar geruste een onverbeterlijke playboy en rokkenjager. Ik leg uit waarom…

Wanneer mijn zwangere vriendin – waarmee ik op reis was nadat het al een tijdje rommelde in onze relatie die we zo probeerden te redden – wegging, raakte ik op een losse, vriendschappelijke manier aan de praat met de agente. Meer nog, ik kreeg het gevoel dat het klikte tussen ons. Er was iets dacht ik. Toen ze me bijvoorbeeld vroeg wat ik deed en ik in het Frans vertelde dat ik ambtenaar was bij het ‘Ministère de l’Intérieur, Office des Etrangers’, zag ik een fonkeling in haar ogen. Ze beweerde immers al lachend en giechelend dat we dus eigenlijk collega’s waren omdat dat in Frankrijk ‘Police des Etrangers’ werd genoemd. Het ijs werd dus niet alleen gebroken maar er was meteen een verbondenheid die volgens mijn beperkt, ziek en ronduit pervers denken, alleen kon leiden tot een onstuimige vrijpartij…

Daarom vertelde ik haar ook vlakaf dat ik haar enorm knap vond en haar terug wou zien. Mijn vriendin zou ik die dag nog terugbrengen naar België. Vervolgens zou ik meteen terugkeren naar Montpellier. Lichtjes overdreven voegde ik eraan toe dat ik alles zou doen om haar terug te zien! Als het niet anders kon, zou ik desnoods mijn eigen wagen in de fik steken om weer in het politiekantoor te belanden…

Hierop stond ze ineens recht, stapte ze naar buiten en liet ze me enkele minuten alleen. Ik wachtte maar wist niet op wie of waarom. Ook toen m’n vriendin terugkwam, naast me ging zitten en vroeg waar de agente was, kon ik niet antwoorden. Na een vijftal minuten kwam ze uiteindelijk terug, maar niet alleen…

Een stoere, overdreven gespierde en gebruinde agent liep net achter Nathalie (of Isabelle of Véronique) en bleef achter haar lederen bureaustoel staan terwijl ze zelf ging zitten. Met een strenge blik stelde ze hem voor als Marc, vermoedelijk met een ‘c’ ipv een ‘k’. Ik bekeek hoe hij een zonnebril op zijn hoofd had gezet die zijn zwarte haren naar achteren duwde. Met één enkele ruk trok hij handboeien uit z’n politiegordel, zette hij een grote stap vooruit en gooide hij ze op het bureau…

‘Luister, vriend!’, zei hij heel luid en kort, ‘Als we nog iets van je horen, gebruik ik ze en sluit ik je héél lang op. Teken deze documenten en zorg ervoor dat ik je nooit meer tegenkom!’. Nathalie (of Isabelle of Véronique) schoof vervolgens enkele papieren voor me waaronder ik zonder ze te lezen mijn handtekening zette, stond op, nam mijn vriendin bij de hand en stapte naar buiten. De hele tijd vroeg ze me wat er scheelde, maar ik zweeg. Omdat m’n zwangere vriendin bleef aandringen en ik besefte dat ik toch met een uitleg moest afkomen, loog ik overtuigend: ‘Het zijn racisten, das’ al!’…

Eens buiten, zagen we dat dezelfde taxichauffeur die ons naar hier bracht er nog steeds of weer stond. We stapten in z’n taxi, een zwarte Audi 4, terwijl ik overdreven afkeurend met mijn hoofd schudde. Hij vroeg me bezorgd waarom ik hier moest zijn en wat er scheelde. Daarom vertelde ik over de brand maar natuurlijk niets over Nathalie (of Isabelle of Véronique) en al zeker niets over Marc.

Op dat moment stelde de taxichauffeur voor dat ik mijn vakantie kon redden door een boottocht die elke avond werd georganiseerd door het bedrijfje van een vriend van hem. Hij toonde me een visitekaartje en zei me dat hij hem onmiddellijk zou bellen om het te regelen. Dit deed hij dan ook, bracht ons terug naar het hotel en beloofde ons die avond op te pikken en naar een kleine jachthaven te brengen…

Om een lang verhaal kort te maken, rond ik af met het volgende: samen met mijn zwangere vriendin belandde ik die avond op een vissersbootje dat werd omgebouwd tot iets wat leek op een erotische discotheek/cabaret. Met het meisje dat enkele maanden later de moeder zou worden van mijn zoon, stond ik de hele tijd bang op het dek te wachten. Het duurde lang voor we terugkeerden of zo leek het toch. Toen we uiteindelijk terug aanmeerden kon ik me plots de naam herinneren van de roodharige agente. Het was Amélie. Dat doet me dan weer denken aan een film. En u?

 

Adil Fraihi

 

 

 

 

 

 

boot1

 

614982_4130701984450_1525065206_o

 

Advertenties