Tags

Ooit moest ik een drietal keer per jaar naar de kerk. Mijn hele miserabele leven ging ik immers naar een katholieke school en daar werd me een bezoekje aan zo’n gebedshuis opgelegd. Het was dus niets anders dan een verplichting die zelfs traumatisch werd en me op een gegeven moment – ik zat toen al in het laatste jaar van de secundaire school – werd verboden! Mijn liberaal, alternatief en ronduit onorthodox gedrag door rebelse en anarchistische ideeën zorgden ervoor dat de directie me uitsloot van alle buitenschoolse activiteiten. Ik was niet meer dan een kind van de duivel dat verbannen werd en dus geen kerk meer vanbinnen mocht zien…

Ik huilde toen helemaal niet omdat ik  een zekere trots voelde en nog steeds ervaar. De bevestiging dat een religieuze instelling geleid door onverdraagzame individuen die me  uit hun gemeenschap probeerden te drijven,  versterkte bovendien mijn houding tegenover alles wat te maken had met religie. Ik had met andere woorden een moeilijke jeugd. Op dat vlak dan toch omdat ik telkens weer moest opboksen tegen een ideologie en ingesteldheid die niet de mijne was. Erger nog, ik moest voortdurend vechten tegen dogma’s en overtuigingen die werden verdedigd door….euhm…..een zogenaamde elite die me mee zou moeten opvoeden…

Deze frustratie mondde uit in het beluisteren van harde punkmuziek. Ook het meelopen in allerhande manifestaties en het deelnemen aan verschillende protestacties was daar het gevolg van. Ik was en ben dus in eerste instantie nog steeds een ketter omdat godvrezende types me dat label gaven en nog steeds geven! Bovenal ben en blijf ik immers een MENS. Misschien kan eender welke pastoor daar eens een (saaie) preek over geven tijdens een zondagsmis? Of een artikel in hun krantje met als titel: ‘Ook mensen die geloven in een god kunnen eikels zijn’…

Enkele jaren geleden ben ik dan toch een kerk binnengestapt. Haastig en rondom me kijkend liep ik de ruime hal binnen. In de hoop dat niemand me zou zien natuurlijk want dat zou catastrofaal kunnen zijn voor mijn reputatie als  rebelse atheïst die god tegen de schenen zou pissen als hij dan al zou bestaan tenminste. Omdat ik toen nog geen wandelstok gebruikte kon ik vrij snel naar binnen en keek ik nog heel even naar de grote, houten deuren. Eens ik binnen was voelde ik waarvoor ik gekomen was…

Heel West-Europa kreunde en kermde onder een hittegolf in juni 2006. Mijn door MS-geteisterde lijf dus ook en daarom besloot ik koelte op te zoeken waar het maar kon. Meer nog, de hoge temperatuur zorgde ervoor dat ik niet helder meer kon nadenken. Anderen zouden dan weer zeggen dat het er juist voor zorgde dat ik creatief of inventief werd. Ik herinnerde me immers ineens dat zo’n kerk vroeger altijd koud aanvoelde en dus wel koel moest zijn. Mijn bizarre gedachtegang was juist want zodra ik de kerk binnenstapte die ik als tiener niet meer mocht betreden, genoot ik van de frisse omgeving waarvoor het gebouw zorgde met haar hoge muren, blinkende en gladde zuilen, de donkere glasramen,…

Enkele jaren later zou ik dit weer doen wanneer ik opgenomen ben in een ziekenhuis waarvan ik de naam niet kan en mag bekendmaken. Ik ging daar op mijn eentje enkele keren naar de lege kapel, koos steeds dezelfde stoel op de achterste rij (je weet wel, zo van die dingen met een hoge rugleuning), ging erop zitten en sloot telkens mijn ogen om nog meer te kunnen genieten van de aangename verkoeling.  Telkens droomde ik weg en het lukte me zelfs een keertje aan niets te denken en dat gebeurt anders nooit. Al zeker niet wanneer ik niet kan slapen en op mijn rug in bed naar het plafond staar terwijl ik niet kan stoppen met piekeren…

Het was dus even schrikken toen ik een mannenstem naast me hoorde. Alsof iemand totaal onverwacht het licht aanstak, sperde ik mijn ogen wijd open, zette ik me recht(er) en draaide ik meteen mijn hoofd naar rechts. Glimlachend begroette een bebaarde man me en excuseerde hij zich: ‘Sorry dat ik je zo kom lastig vallen.’. Nadat hij zich kort voorstelde als aalmoezenier, vroeg hij mijn naam. Eerst keek hij me verwonderd aan, waarschijnlijk omdat hij niet onmiddellijk iemand met een exotische naam als de mijne verwachtte in zijn gebedsruimte…

Mijn veronderstelling klopte want hij vroeg me waarom iemand als ik trouw naar de kapel kwam om – en ik citeer – te ‘bezinnen’. Die ‘iemand’ zou dan nog een vreemde naam hebben en misschien wel een andere god of – god almachtig!! – géén god kennen!!!! Ik zag dat mijn antwoord insloeg als een diabolische hamer die door Lucifer zelve herhaaldelijk op zijn voorhoofd werd geslagen: ‘Oh, ik kom hier alleen voor de airco hoor! En u?’

 

 

Adil Fraihi

 

TOSHIBA - WIN_20150326_200933

 

 

Advertenties