Tags

,

Ik was het eigenlijk al vergeten, maar door het racistische incident onlangs in het parlement kwam alles terug. Toen ik gisterenavond in bed ging liggen, duurde het iets langer dan gewoonlijk om daadwerkelijk in slaap te vallen. Uitzonderlijk waren het niet mijn luidruchtige buren die kabaal maakten of zo. Nee, de film waarin de buurjongen me iets toeriep dat ik aanvankelijk niet begreep, hield me deze keer wakker. Ik zag het altijd opnieuw wanneer ik op m’n te dure matras naar het plafond staarde. De storende echo stopte niet: ‘Ga terug naar Amerika, vuile Amerikaan! Ga terug naar Amerika!’…

Het blonde jongetje was hooguit zes of zeven en ik een jaartje ouder. Zijn oervlaamse ouders waren niet echt sympathiek maar begroetten m’n ouders steeds beleefd. Tenslotte waren ze mekaars overburen en beide partijen waren daarom alleen al altijd correct tegen elkaar. Leuke gesprekken over het weer , school of werk hoorden daar niet bij. Dat was echter voor niemand een probleem. Vreedzame coëxistentie, heet dat dan…

Hoewel onze ouders niet echt praatten, speelde ik dus wel regelmatig met hem. Als kind viel me al vrij snel op dat hij ‘speciaal’ was. Hij zei niet veel en deed ook niet echt veel. Vaak gebruikte hij als excuus dat hij het dan niet mocht van z’n ouders. Maar wij, de andere speelkameraadjes en ikzelf, wisten echter dat hij dan minder durfde door een gebrek aan zelfvertrouwen of omdat hij simpelweg iets dommer was. Bovendien was hij ook niet zo lenig en sportief en waren er nog andere gebreken. Wanneer we hem plots iets vroegen of als hij gewoon zenuwachtig was om gelijk welke andere reden, stotterde hij namelijk een beetje…

Spelende kinderen maken wel eens ruzie. Dat hoort nu eenmaal tot het proces waarbij kennis wordt opgedaan door amusement. Ik weet dus niet meer wat we juist aan het doen waren toen hij het zei. Wel kan ik me nog precies herinneren waar het was, namelijk op de stoep net voor het huis waar ik woonde. Niet ongewoon in een periode en tijdperk waarin kinderen na schooltijd nog buitenkwamen. We hadden allebei trouwens een korte broek aan, dat weet ik ook nog goed…

Ineens zei hij dus dat ik naar een plaats of zelfs land moet dat ik zelfs niet ken en waarvan ik een niet zo nette inwoner van zou zijn. Zijn opmerking bracht me dus in de war. Zo dacht ik lang dat de burgers van dat land misschien wel allemaal in bed plasten of zo. Daarom riep ik eerst tegen hem dat ik zoiets al jaaaaren niet meer deed! Een hele tijd later leerde ik echter dat zijn ‘achterlijkheid’ versterkt werd door een simpele opvoeding van zijn meer dan eenvoudige ouders. Noem ze wat mij betreft boers of lomp…

Hij had dus ergens gehoord – ik vermoed thuis – dat ik een Marokkaanse achtergrond had/heb. Omdat hij het waarschijnlijk niet kende of op z’n minst vergeten was, dacht hij dus dat het Amerika was. Moraal van het verhaal: het parlementslid Luc Van Biesen zei tegen Kitir dat ze terug moet naar Marokko. Ik weet nu echter dat hij bedoelde dat ze terug naar Amerika moet!! En u?

 

Adil Fraihi

 

614982_4130701984450_1525065206_o

 

 

 

Advertenties