Zelfs haar auto zie ik graag. Nochtans is het helemaal geen dure klassewagen of zo. Ze rijdt immers met een klein, groen japans wagentje, een drie-deurs die dus echt niet mijn favoriete kleur heeft of zo. Ik heb liever blauwe of grijze auto’s die groter zijn dan de hare…

Slechts één keer waag ik me aan een kleiner en toevallig ook groen model. Het was een leuk autootje maar ik zal het altijd associëren met die ene afschuwelijke dag in december die door mijn zus werd beschreven in haar boek ‘Ongehoorzaam lijf, leven met MS’ dat werd uitgegeven in 2007 door uitgeverij Van Halewijck…

Het is de beschrijving van een koude dag in december met een miezerig weertje. Het regende niet echt maar er was eerder sprake van ‘muggenpis’ of zo. En zelfs de arts die me ontving leek wel op een vies, harig insect. Die dag kreeg ik van dat geleerd monster immers te horen dat ik een vieze ziekte had, namelijk MS of multiple sclerose. Jaren later verneem ik trouwens dat niemand die dokter echt graag heeft en het dus geen gevolg is van zijn (correcte) diagnose. De aartslelijke man straalt gewoon zijn rotkarakter uit, da’s al…

Nochtans zou ik niet automatisch aan positieve dingen moeten denken als ik over haar en auto’s spreek of schrijf, maar ik betrap mezelf erop dat ik het toch vaak doe. Zo belde ze me enkele jaren geleden op vanuit een hotel in Congo-Brazzaville nadat ik haar eigenlijk al lang niet meer hoorde. Ze raasde aan één stuk door over een serieus incident met een terreinwagen die ze daar huurde. Eigenlijk bezorgde haar bijzondere rijgedrag voor problemen met de lokale autoriteiten…

Nog steeds ontkent ze dat ze te snel reed wanneer ze de sirene hoorde en zwaailichten zag van de politiewagen achter haar die haar uiteindelijk voorbijstak en klemreed zoals in een Amerikaanse film. Een magere agent in een te groot uniform sprong uit z’n dienstwagen maar stapte vervolgens koeltjes en vrij traag naar haar. De donkere maar zichtbaar vuile kepie op z’n hoofd schoof lichtjes naar beneden en dus over z’n voorhoofd en hij moest het daarom telkens omhoog duwen…

Wanneer ze het raam opendeed, hoorde ze hem in het Engels zeggen dat ze veel te snel reed. Hij bleef ijzig kalm en keek nooit in haar ogen of zo. Ook wanneer ze hem haar papieren gaf, een paspoort en de documenten van de huurauto, keek hij niet op en noteerde hij rustig alles op één of ander formulier dat hij tenslotte aan haar gaf en zij moest handtekenen. Ze weigerde echter en riep veel te luid (dat weet ik zeker want zo is ze nu eenmaal) dat ze onmogelijk te snel gereden kon hebben op de hobbelige zandweg waar hij haar tegenhield…

‘Echt waar, hij wou enkel smeergeld of zo!’, riep ze huilend door de telefoon van haar Afrikaanse hotelkamer. Daarom werd ze naar eigen zeggen, na lange onderhandelingen en gekibbel, geboeid meegenomen naar een vuile gevangeniscel met roestige tralies in het klein dorpje op een boogscheut van hun hoofdstad Brazzaville. Snikkend voegde ze eraan toe dat ze dacht dat ze verkracht ging worden en ze verkocht zou worden als blonde seksslavin of zo: ‘Die gedachte alleen al, was afgrijselijk!’…

Natuurlijk overdreef ze. Na een uurtje werd ze immers teruggebracht naar haar hotel en boden verschillende, belangrijke functionarissen haar hun excuses aan. Een commissaris zei zelfs meermaals dat ze enorm schattig is: ‘You are very lovely and don’t belong in prison’. De hoge politie-officier zou haar nog enkele jaren rond kerst een kaartje sturen…

Het was trouwens tijdens die christelijke feestdagen dat ik haar eens belde omdat het weer lang geleden was dat ik haar nog hoorde of zag en best wat nieuws van en over haar wou. Alsof ik enorm tijdrovend en vermoeiend zou zijn, schreeuwde ze door de telefoon dat ze dan geen tijd of energie had om met me te praten. Meteen voegde ze eraan toe dat ze me toch heeft gemist. Ik blijf erbij dat ik rare vrienden heb…

Nadat ik haar duidelijk verontwaardigd en zelfs ongerust vraag om meer uitleg en op de achtergrond sirenes en geroep hoor, verbreekt ze ineens ons gesprek! Het maakte me bang en zenuwachtig. Daarom belde ik haar tevergeefs enkele keren na mekaar terug op. Pas na een half uurtje pure spanning en nagelbijten, nam ze op en begon ze weer een maf verhaal te vertellen: ‘Ik kon niet met je spreken hoor, ik werd immers omringd door de oproerpolitie die me beschermde met hun schilden.’…

‘Wat???’, scheeuwde ik en moest heel lang hoesten en zelfs wat overgeven omdat ik dan net een slokje had genomen van wat ijsthee en me had verslikt waardoor de vloeistof in m’n longen terecht kwam en ik de dood echt voor ogen zag. Ze antwoordde niet direct maar ik hoorde haar zuchten. Dan vroeg ze me of het wel ging met me en maande ze me aan te gaan zitten. Wat volgde is een ongeloofwaardig verhaal, maar het is dus echt gebeurd. Er zijn zelfs ‘bewijzen’ van onder de vorm van televisiebeelden…

Mijn vriendin reed die dag naar de stad omdat ze wat nieuwe prullen nodig had. Ze hield en houdt immers van kleine dingen waarmee je eigenlijk niets kan doen, maar die veel te duur zijn. Ze parkeerde haar autootje in een vrij drukke straat op een correcte, gereglementeerde en veilige manier. Wanneer ze gedaan had met winkelen en terug naar huis wou, startte het wagentje echter niet en dan komt het: ze hoort een woedende menigte steeds dichterbij komen…

Het was een bijeenkomst van ‘allochtone’ jongeren die snel uitmondde in schermutselingen en gewelddadige confrontaties met de politie. Die avond zag ze op het journaal dat ze terecht was gekomen in een spontane manifestatie en ondertussen historische betoging naar aanleiding van de moord op een Marokkaanse leraar…

Het angstzweet brak uit toen de onruststokers scanderend voorbij haar liepen terwijl ze ramen en auto’s bekogelden met straatstenen. Gelukkig zagen ze haar niet zitten en werd ze dus gerust gelaten. ‘Het was afgrijselijk, ze hadden me waarschijnlijk bij m’n lange, blonde haren vastgepakt, uit de wagen gesleurd en…ik durf niet denken wat er dan zou gebeurd zijn!’, jankt ze achteraf al schokkend wanneer ze me alles vertelt. Het lijkt dan trouwens een telefonisch gesprek dat je hebt met iemand die net door een tunnel rijdt of zo…

In ieder geval, kwamen de jongeren én de oproerpolitie pas in beeld toen ze al lang naar een pechverhelpingsdienst had gebeld. Toen ze zat te wachten werd ze echter gebeld en op de hoogte gebracht van het feit dat de takelwagen niet tot bij haar geraakte omdat de straat werd afgezet. Ze panikeerde daarom en claxoneerde toen ze een groepje agenten in gevechtstenue voorzichtig zag voorbijlopen. De mannen hielpen haar vervolgens uit de wagen en ze werd ver weg van het tumult gebracht, omringd door robotachtige politiemensen met schilden dus. Ze hoorde trouwens iemand door een walkie-talkie zeggen dat ze ‘een schattig meisje’ aan het evacueren zijn. Ik zei toch al meermaals dat ik rare vrienden heb, niet? En u?

Adil Fraihi

36241_1763083355464_1190501686_1998919_1799598_n

Advertenties