Ik weet nu dat ik het nooit had mogen zeggen tegen haar. Het is immers geen verrassing dat ze me op haar grappige maar nuchtere manier terug zou pakken, ze doet dat telkens ze daar de kans voor krijgt. Toch hoop ik stiekem dat ze het deze keer niet zou doen omdat het toch duidelijk een compliment is. Haar harde reactie doorprikt echter elke illusie…

Terwijl ik op een katholieke school zit en de Heer met stomme liedjes moet loven en prijzen voor alle miserie de ‘Hij’ al dan niet heeft geschapen, wordt zij op een goddeloze manier opgevoed. Meer nog, op zeer jonge leeftijd begrijpt ze al niet waarom sommigen spreken over een supernatuurlijke en -normale kracht. Ze is dan trouwens 10 of 11 en ik ken haar nog niet…

Een hele tijd later raken we in een cafeetje recht tegenover het station, aan de praat. Ik weet eerst niet waarom ze ineens naast me komt zitten en vraagt of ik nog een kopje koffie wil. Daarom kijk ik geschrokken naar haar blauwe ogen en stotter ik dat ik best nog een kopje lust. Ze stelt zich al snel voor als de eigenares van de taverne. ‘Je kan hier ook iets eten als je wil.’, zegt ze haast fluisterend alsof de andere klanten het niet mogen horen. Dan knikt ze even naar de kalende man achter de toog die me even later een tas koffie brengt. In één enkele vlotte beweging zet hij het kopje op tafel, tovert een witte zakdoek uit het borstzakje van z’n zwarte gilet en veegt hij er vervolgens z’n voorhoofd mee. Het is nochtans niet zo warm en ik kan me niet inbeelden dat de hitte hem zou doen zweten…

De eigenares neemt een stoel en gaat rechtover me aan m’n tafeltje zitten. Zonder haar vragen te stellen, begint ze spontaan en aan een razend tempo haar levensverhaal te vertellen. Ze stopt of aarzelt geen seconde. Ik moet eerlijk zeggen dat ik aanvankelijk niet echt luister. Toch kijk ik de hele tijd aandachtig naar haar lichtbruine haren, haar volle, rode lippen en haar gave huid. Eigenlijk ziet ze er best leuk uit, merk ik na een tijdje op. Meer nog, ik ‘bewonder’ haar uiterlijk of zo…

Tijdens dat eerste gesprek dat eigenlijk eerder een monoloog is omdat zij de enige is die spreekt en ik hooguit enkele keren bevestigend knik of goedkeurend ‘ja’ mompel, vertelt ze me al dat ze vrijzinnig werd opgevoed. Hoewel we opgroeien in hetzelfde kleine dorpje, ken ik haar niet en nu weet ik ineens hoe dat komt. Zij ging immers naar een openbare school die door m’n katholieke opvoeders werd bestempeld als een creatie van de antichrist en waarvan ik de scholieren moest mijden als de pest…

Wanneer ik haar zeg dat ik weg moet, vertelt ze me even te wachten en grabbelt ze viltpapier uit een houdertje met reclame voor een bekend biermerk. Daarop krabbelt ze iets en geeft het dan aan me terwijl ze zachtjes en haast sensueel fluistert dat ik haar moet bellen. ‘Je moet me vanavond nog bellen, je MOET.’, beklemtoont ze en ze knipoogt heel uitdagend terwijl ze naar m’n lippen staart en me dan opeens een zoen op m’n mond geeft. Ik weet even niet wat me overkomt en loop ongemakkelijk naar de deur en naar buiten…

Die avond bel ik haar trouwens al op en we spreken de volgende dag weer af in haar taverne. Meer nog, ik zal haar voortaan zowat elke dag zien. Telkens ziet ze er dan stralend uit en ik denk dan zelfs dat ze steeds mooier wordt of zo. Ik word met andere woorden verliefd op haar en het gebeurt wel meer dan eens dat we die liefde dan in een lichamelijke vorm gieten. We neuken ons dus regelmatig te pletter in één van de modern-ingerichte kamertjes boven de brasserie. We vrijen dan niet, maar bedrijven echt de liefde! Nu ik eraan terugdenk, valt het me wel op dat ik altijd vanonder lag terwijl zij zich liet gaan op me. Het is een rare vaststelling, maar ik durf zeggen dat ik elke keer genoot van haar overgave en ongeremde passie. Zelfs de herinnering windt me na al die tijd nog op…

We zien elkaar dus dagelijks, zijn stapelverliefd op mekaar en hebben heerlijke seks tot ik iets verkeerd zeg. Wanneer we op een avond naar elkaar bellen en we uiteindelijk besluiten om te gaan slapen, zeg ik iets dat het einde betekent van onze hartstochtelijke en soms onstuimige relatie. Ik wil nochtans gewoon lief zijn wanneer ik zeg: ‘ Slaapwel, engeltje van me.’…
Haar reactie verbaast me zelfs een beetje want ze reageert heel boos door eerst te vragen of ik wel wil herhalen wat ik net zei en dan te roepen: ‘Een engeltje? Een engeltje, verdorie??? Is dat dan alles wat ik voor jou ben en beteken? Een onbestaand schepsel van een hogere macht die zelfs niet kan bestaan?!…

Ze voegt eraan toe dat ik haar nooit meer zal horen of zien. Meer nog ze beveelt me nooit meer contact met haar op te nemen en ik moet zeggen dat ik haar sindsdien nooit meer zag. Ik neem nochtans regelmatig de trein in het station recht tegenover haar taverne, maar zie haar nooit de ramen lappen of zo. Ik zou anders meteen naar haar lopen om haar aan te spreken en vergiffenis te vragen. En u?

Adil Fraihi

DCIM100MEDIA

Advertenties