Mijn leven is soms niet meer waard  dan de vermelding dat ik ooit heb geleefd. En dan nog! Er zijn immers weinig mensen die na hun dood nog ter sprake gebracht (kunnen) worden. Hun nagedachtenis verdwijnt als de rook die uit een schoorsteen van een crematorium ontsnapt na hun verbranding of zoals de maden en wormpjes die hun verrotte lichaam in een graf oppeuzelen en ineens niet meer lijken te bestaan of zo…

Die morgen staat mijn dagelijks ontbijt voor me, het is een kommetje havermoutpap. Niet omdat het gezond zou zijn, maar omdat het gemakkelijk en snel klaar te maken is. Bovendien moet ik dan haast niet kauwen en kan ik gewoon, zonder enige moeite of kracht, gevoelloos voor me staren.  Geloof me, als eten nog makkelijker zou kunnen, zou ik het nog doen ook! Ik verspil immers niet graag energie aan een maaltijd die er eigenlijk geen is…

Terwijl ik verdoofd en lusteloos voor me kijk, hoor ik op de achtergrond wat muziek. Het is een bekend liedje dat in de jaren ’80 een echte hit was. Ik vond het toen waarschijnlijk geen goed nummer hoor. Punk was toen eenmaal de enige juiste muziek voor me. Nee, ska en reggae mocht toen ook, maar niet te vaak. Bovendien vond mijn moeder toen dat ik ‘mijn’ muziek altijd te luid zette en dat vindt ze die morgen ook en dat laat ze merken door haar handen in haar zij te houden en overdreven te zuchten…

Opeens wordt de muziek onderbroken door de stem van wat een aantrekkelijke jongedame lijkt. Ze zegt dat ze droevig nieuws te horen kreeg over zowat de beste schrijver ooit. Ik weet meteen dat ze het heeft over Gabriel Garcia Márquez en luister aandachtig. De bekende auteur en nobelprijswinnaar is overleden! Hij was 87…

In 2004 verneem ik dat ik MS heb en ben ik toevallig ‘Kroniek van een aangekondigde dood’ aan het lezen van Gabriel Garcia Márquez. Het boek ligt op mijn nachtkastje in het ziekenhuis waar ik opgenomen ben naar aanleiding van de diagnose. Wanneer een psychologe het boek ziet liggen, slaakt ze een gil en roept ze verontwaardigd: ‘Wat lees je nu toch? Dat mag je niet doen hoor!’. Ik weet meteen dat de psychologe geen vriendin van me zal worden…

M’n beste vriendin zou zeggen dat ik met de jaren emotioneler ben geworden en zelfs melig ben, maar ik weet echt niet of dat klopt. Ze heeft wel dikwijls gelijk, vrees ik. Gelukkig ziet ze niet dat ik een traantje wegpink wanneer ik hoor dat deze grote man is overleden…

Trouwens –en dit is echt gebeurd-, toen mijn zoontje werd geboren en ik hem voor de eerste keer zag liggen, bekeek ik niet alleen de tien kleine vingertjes en teentjes zoals bijna elke nieuwe vader doet. Nee, ik leek wel gek toen ik heel aandachtig keek of hij geen varkensstaartje had! Het magisch realisme van Márquez was gelukkig niet meer dan fictie…

 

Adil Fraihi

 

Afbeelding

Advertenties