Opeens moest ik gisteren aan hem denken. Zomaar, zonder enige aanleiding en totaal onverwacht, flitste hij voor m’n ogen en door m’n hoofd.

Toen ik naar m’n eigen reflectie in de spiegel van de badkamer keek, stond ik er plotseling bij stil dat hij ooit ongetwijfeld mijn beste vriend was. Hij was in ieder geval veel meer dan een klasgenoot. Slechts zelden zaten we immers in dezelfde klas. Spijbelen deden we per slot van rekening vaker met z’n tweetjes. Soms waren er wel andere spijbelaars bij, maar hij was echter altijd mijn middelpunt, diegene waar het echt om ging en rond wie het allemaal draaide.

Hoewel we op geen enkel vlak uiterlijke kenmerken gemeen hebben, deed mijn spiegelbeeld me aan hem denken en bracht het me terug naar een tijd waarin ik relatief zorgeloos door het leven ging. We gingen samen muurklimmen, riepen geesten op, deden in het openbaar alsof we een koppeltje waren en we keurden meisjes alsof ze niet meer dan onze lustobjecten waren.

Terwijl ik in zijn bijzijn geen schijn van kans maakte bij het andere geslacht, was Johnny diegene die een knappe vriendin had met enorm mooie ogen. Jaren later verneem ik dat hij er ook mee trouwde en er kinderen mee heeft gemaakt, het bleef dus niet alleen bij ‘oefenen’.

Vorig jaar zag ik hem terug. Nadat ik hem ongeveer twintig jaar lang niet zag en hoorde, spraken we elkaar in een danstempel waar ik een modeshow organiseerde. Hij was niets veranderd, we wisselden onze telefoonnummers uit en belden elkaar een paar keer op om af te spreken in een eetcafé waar we vroeger vaak zaten toen we spijbelden.

Eén keertje bracht hij z’n twee prachtige dochters mee die de schitterende oogjes van hun moeder hebben. Ikzelf werd vergezeld door mijn zoontje en die heeft noch mijn ogen, noch die van z’n mama. We praatten wat over koetjes en kalfjes en zonder het te weten gaf hij me een zalig gevoel. Op geen enkel ogenblik verwees hij immers naar ‘mijn MS’. Meer nog, door er niets op of over te zeggen gaf hij me het gevoel dat ik meer ben dan die rotziekte, niet?

In ieder geval weet ik nu met zekerheid dat ik nog eens moet afspreken met Johnny. Ik bel of sms hem straks wel. Hopelijk vergeet ik het niet. Mijn spiegelbeeld zal me voortaan wel aan hem doen denken!

Adil Fraihi,

 

Advertenties